Deze maand is het vijf jaar geleden dat de Herziene Statenvertaling uitkwam. In korte tijd is deze vertaling erg populair geworden. Niet alleen binnen de beoogde doelgroep, de gebruikers van de oude Statenvertaling, maar ook daarbuiten. Niet alleen bevindelijk gereformeerden gebruiken de HSV, maar ook andere gereformeerden en zelfs evangelischen.

Zelf gebruik ik de HSV ook heel veel. Het is echt mijn standaard-bijbelvertaling geworden. We lezen hem aan tafel. Hij ligt altijd binnen handbereik in de boekenkast. En de website van de HSV staat altijd open op mijn computer. Kortom, de HSV is de eerste bijbelvertaling die ik pak als ik iets wil opzoeken of nalezen.

Ik vind het daarom jammer dat de kerken waar ik lid van ben, de GKV, tot nog toe niet bereid zijn om serieus te overwegen de HSV vrij te geven voor kerkelijk gebruik. Liever gebruikt men de Nieuwe Bijbelvertaling. Nu snap ik wel dat het lastig is zo kort na de invoering van de NBV weer of nog een nieuwe vertaling in te voeren. En het is waar dat de NBV maatschappijbreed geaccepteerd is als standaardvertaling. Dan moet je goede redenen hebben om als kerk toch voor een andere vertaling te kiezen.

Maar de voordelen van de HSV ten opzichte van de NBV zijn volgens mij zo groot, dat je eigenlijk niet om de HSV heen kunt.

Vooral niet als bijbelgetrouw christen.

Laat ik 3 redenen noemen waarom je volgens mij als christen beter de HSV kunt gebruiken dan de NBV.

  • De HSV is gemaakt door uitsluitend bijbelgetrouwe, gereformeerde christenen. Zeker, ook aan de NBV hebben gereformeerde theologen en taalkundigen meegewerkt. Maar er zijn in de NBV ook ongereformeerde en zelfs vrijzinnige of Schriftkritische invloeden aan te wijzen. Het is echt een fabel dat de geloofsopvattingen van de vertaler geen invloed hebben op de betrouwbaarheid van de vertaling! De keuzes die je als vertaler maakt zijn altijd afhankelijk van je eigen opvattingen en uitgangspunten. In de NBV is bijvoorbeeld elk boek vertaald als een op zichzelf staande eenheid. De Bijbel is daar een verzameling losse boeken en niet het ene woord van God. Dat zie je als je kijkt naar teksten die later in de Bijbel herhaald worden. Ze worden dan soms heel anders vertaald, waardoor het verband wegvalt. Maar dat is niet het enige. Ik kom daar straks op terug.
  • De HSV is gebaseerd op de zogenaamde Textus Receptus van het Nieuwe Testament. En deze lijkt weer sterk op de zogenaamde Meerderheidstekst van het Nieuwe Testament. Het is moeilijk om dit in een paar woorden uit te leggen. Maar in het kort komt het erop neer dat er van de Griekse grondtekst heel veel handschriften zijn die inhoudelijk vrijwel identiek zijn. Die vormen samen de Meerderheidstekst. En aan de andere kant zijn er heel veel handschriften die veel meer van elkaar en van de Meerderheidstekst verschillen. Zo missen die handschriften bijvoorbeeld allerlei woorden, zinsdelen of zinnen uit de Meerderheidstekst. Maar omdat die andere handschriften vaak ouder zijn, vindt men die tegenwoordig betrouwbaarder. En dus worden moderne vertalingen zoals de NBV, maar ook al de vertaling van 1951, gebaseerd op een tekst die met wetenschappelijk-kritisch knip- en plakwerk is gedistilleerd uit die oudere handschriften. Echter, gereformeerde theologen hebben altijd gezegd dat het nog helemaal niet zo zeker is dat de Meerderheidstekst minder betrouwbaar is. Integendeel!
  • De HSV blijft qua zinsbouw en dergelijke dichter bij de grondtekst dan de NBV.

Dit laatste punt is voor mij het belangrijkste argument om voor de HSV te kiezen. Daarom zal ik daar nu verder op ingaan.

De Bijbel kun je op verschillende manieren vertalen. Eigenlijk zijn er twee uitersten.

  • Aan de ene kant heb je de concordante vertaling. Daarbij wordt de brontekst zo ‘letterlijk’ mogelijk weergegeven. De oorspronkelijke zinsbouw blijft zoveel mogelijk intact. Hetzelfde woord wordt zoveel mogelijk hetzelfde vertaald. En als er woorden moeten worden toegevoegd om een goede Nederlandse zin te kunnen vormen, dan worden die woorden duidelijk aangegeven door ze tussen haakjes te zetten of cursief te maken. En waar het niet mogelijk is om concordant te vertalen, wordt dat in voetnoten of kanttekeningen aangegeven.
  • Aan de andere kant heb je de dynamisch-equivalente vertaling. Zo’n vertaling is sterker gericht op de doeltaal. Het gaat er vooral om dat de uiteindelijke vertaling een goed leesbare tekst is. Eenzelfde woord kan op allerlei verschillende manieren vertaald worden, afhankelijk van de context. De oorspronkelijke zinsbouw wordt soms volledig omgegooid. Zo’n vertaling is dus veel ‘vrijer’. Als de bedoeling van de brontekst maar goed wordt weergegeven.

Beide benaderingen hebben voor- en nadelen.

  • Bij een concordante vertaling kun je nog redelijk goed achterhalen wat er in de grondtekst staat. Bij een dynamisch-equivalente vertaling lukt dat niet meer.
  • Als elke woord steeds op dezelfde manier vertaald wordt, blijven verbanden zichtbaar die verdwijnen als woorden steeds op een andere manier vertaald wordt.
  • Bij een vrije vertaling ben je als lezer overgeleverd aan de interpretatie van de vertaler. Om een duidelijke vertaling te maken, moet je namelijk veel meer keuzes maken. Een letterlijke vertaling laat veel meer open, zodat je als lezer nog zelf voor een interpretatie kunt kiezen.
  • Daar staat tegenover dat een vrije vertaling veel gemakkelijker leesbaar is. Dat komt omdat een vrijere vertaling qua taalgebruik minder ver afstaat van gewoon dagelijks taalgebruik. En het komt doordat veel interpretatiekeuzes al voor je gemaakt zijn.
  • Bovendien maakt een vrijere vertaling het mogelijk om duidelijker te laten zien welke verschillen er in de grondtekst zijn qua genre en stijl en qua gevoelswaarde in een tekst. Als je heel letterlijk vertaalt, zien poëzie en proza er hetzelfde uit. Een deftige en geleerde stijl is niet meer te onderscheiden van een eenvoudige of boerse stijl. En dingen als blijdschap, verdriet, woede, ironie of humor kun je als lezer minder gemakkelijk aanvoelen. Dat komt omdat een letterlijke vertaling geen gebruik maakt van de middelen die de doeltaal daarvoor heeft. Een vrijere vertaling doet dat wel.

In het kort komt het er dus op neer dat een vrijere vertaling de vertaling dichter bij de lezer brengt. Je hebt als lezer het gevoel dat de boodschap duidelijker en directer binnenkomt. Maar de paradox van het vertalen is nu dat juist dan de oorspronkelijke tekst verder weg is komen te staan.

Een vrije vertaling brengt de tekst wel dicht naar de lezer. Maar het is niet meer de oorspronkelijke tekst.

Bij een letterlijke vertaling blijft de afstand tussen tekst en lezer groter. Dat vraagt meer van de lezer. Hij moet zelf nog een groter stuk afstand overbruggen. Dat vraagt inzicht en inzet. Maar als hem dat lukt, komt hij wel dichter bij de oorspronkelijke tekst dan met een vrijere vertaling mogelijk zou zijn.

Wie geen vreemde is in het landschap van de bijbelvertalingen, weet dat de Statenvertaling het grote voorbeeld is van een concordante vertaling. Zelfs in de tijd dat die vertaling gemaakt werd, was het al geen gemakkelijk leesbare vertaling. Er werd geen gebruik gemaakt van gewone spreektaal. Je ziet het Hebreeuws en het Grieks er nog doorheen schemeren. Het was eerder andersom: de gewone spreektaal is sterk beïnvloed door typische zinswendingen en uitdrukkingen uit de Statenvertaling.

De NBV is een goed voorbeeld van een dynamisch-equivalente vertaling. Mooi en duidelijk Nederlands. Het leest prettig en je snapt meteen wat er bedoeld wordt. Maar als je dieper in de tekst wilt duiken, heb je er niet zoveel aan. Staat er wel echt wat er staat? Wordt er wel echt bedoeld wat ik lees? Met alleen de NBV kom je er nooit achter. Zelf de Bijbel interpreteren zal op basis van deze vertaling niet lukken. Je bent overgeleverd aan de interpretatie van de vertaler. En dat is extra problematisch omdat de NBV-vertalers niet allemaal bijbelgetrouwe christenen zijn.

Daarom vind ik de NBV eigenlijk ongeschikt voor bijbelstudie of gebruik in de kerk. Wil je echt Gods Woord bestuderen, dan heb je een vertaling nodig die gemaakt is door bijbelgetrouwe christenen. Maar vooral een vertaling die dichter bij de grondtekst blijft, zodat je zelf je keuzes kunt maken.

Gebruik je zo’n vertaling niet, dan houd je jezelf dommer dan nodig is. De Bijbel is duidelijk voor iedereen. Elke christen moet zelf de Bijbel bestuderen en interpreteren. Weliswaar met de hulp van theologen uit heden en verleden. Maar je mag jezelf als christen niet afhankelijk maken van geleerden die het vast wel beter weten.

En dat doe je als je alleen gebruik maakt van een vertaling als de NBV. Om over de Bijbel in Gewone Taal maar te zwijgen. Ik vrees dat zulke vertalingen sterk bijdragen aan afnemende bijbelkennis en toenemende oppervlakkigheid onder christenen.

Maar de Statenvertaling is natuurlijk sterk verouderd. In 1637 was het taalgebruik van de Statenvertaling al geen gewoon dagelijks taalgebruik. Maar de afstand tussen het Nederlands en de grondtalen van de Bijbel was toen nog een stuk minder klein dan nu. Inmiddels kent het Nederlands bijvoorbeeld geen naamvallen meer, waardoor de zinsbouw heel anders in elkaar steekt. Alleen verouderde woorden vervangen is daarom niet voldoende om de Statenvertaling weer even dichtbij de lezer te brengen als in 1637.

Daarom ben ik zo blij met de HSV. Ik geef toe: het is een compleet andere vertaling geworden. In de HSV zijn niet alleen verouderde woorden vervangen, maar is ook de zinsbouw aangepast. Dat was nodig. Maar daardoor is de afstand met de oorspronkelijke brontekst wel groter dan bij de Statenvertaling.

Maar de HSV is nu wel de vertaling met het beste evenwicht tussen brontekstgetrouwheid en leesbaarheid.

En daarom gebruik ik deze vertaling nu als standaardvertaling.

Dat wil niet zeggen dat ik geen andere vertalingen gebruik. Elke vertaling heeft zijn eigen voor- en nadelen. Geen enkele vertaling kan alle betekenisaspecten van de Bijbeltekst vangen. Daarom is het bij het bestuderen van de Bijbel juist heel nuttig om meerdere vertalingen naast elkaar te leggen. Hoe meer hoe beter. Want als je alle betekenisnuances samenneemt, zie je vaak nog beter wat er wel en niet bedoeld wordt.

Maar ik denk dat het goed is om toch te kiezen voor één standaardvertaling voor dagelijks gebruik. Door jezelf te wennen aan één vertaling, raak je gemakkelijker in de Bijbel thuis. Teksten blijven gemakkelijker in je geheugen hangen als je ze steeds in dezelfde vorm hoort en leest. En dat lijkt me van wezenlijk belang als je je de Bijbel echt eigen wilt maken.

Voor mij is die standaardvertaling dus de Herziene Statenvertaling.

3 REACTIES

  1. “Maar je mag jezelf als christen niet afhankelijk maken van geleerden die het vast wel beter weten.”
    U gaat zeker ook nooit naar de huisarts.

    • Ik bedoel natuurlijk: bij het lezen van de Bijbel. Beetje flauw dus om dan een vergelijking te trekken met een bezoek aan de huisarts. Bovendien: ik heb ook gezegd dat je bij het lezen van de Bijbel wel goed is om de hulp van geleerden te gebruiken. Dat zou je misschien kunnen vergelijken met een bezoek brengen aan de huisarts, zonder alles wat die man zegt kritiekloos voor waar aannemen. Toch: ik zal mijn huisarts eerder vertrouwen voor mijn gezondheid dan een theoloog of bijbelvertaler voor mijn geloof. Want de Bijbel lezen kan iedere gelovige zelf.

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in