Verantwoording

0
432

Met enige schroom presenteer ik hier mijn eigen vertaling in het Nederlands van de Institutie van Calvijn, een project in uitvoering. Ik wil niet beweren dat ik met deze vertaling een grote leemte opvul. Nog in 2009 verscheen er een nieuwe vertaling van dr. C.A. de Niet. En zijn vertaling is vast mooier en betrouwbaarder dan de mijne.

Ik maak deze vertaling in de eerste plaats voor mijzelf. Ik had persoonlijk de behoefte om eens grondig de Institutie door te nemen. Ik wilde wel eens precies weten wat Calvijn leerde. De gereformeerde leer is mij heel lief. En ik was benieuwd naar de wortels van die leer. Natuurlijk kon ik gewoon de vertaling van De Niet gaan lezen. Maar zelf een vertaling maken leek mij gewoon erg leuk om te doen. En het leek me een heel handig middel om me echt in Calvijns gedachtewereld onder te dompelen en door de tekst heen te kruipen.

Pas in tweede instantie lijkt het mij niet verkeerd om het resultaat van mijn arbeid ook voor anderen beschikbaar te stellen. Als ik er iets aan zou kunnen bijdragen dat Calvijns Institutie weer meer gelezen wordt, dan graag!

Ik heb ervoor gekozen om een zo leesbaar mogelijke vertaling te maken. Ik wil de Institutie zo dicht mogelijk bij de lezer van vandaag brengen. Ik kijk bij elke zin vooral naar wat Calvijn wilde zeggen en probeer vervolgens de inhoud in hedendaags Nederlands weer te geven.

Deze werkwijze betekent natuurlijk dat ik een groot deel van het interpreteerwerk voor mijn rekening moet nemen. Het gevolg is dus dat je als lezer in hoge mate aan mijn interpretatie bent overgeleverd. De afstand tussen mijn vertaling en de lezer mag dan klein zijn, het nadeel daarvan is immers dat de afstand tussen mijn vertaling en de oorspronkelijke Latijnse tekst van Calvijn extra groot is. Het wordt een nogal ‘vrije’ vertaling. Als iemand het zelfs liever een parafrase wil noemen, vind ik dat ook best.

Ik maak bij mijn werk veel gebruik van andere vertalingen. Vooral van de Nederlandse vertaling van dr. A. Sizoo uit 1931. Eigenlijk begin ik bij elke zin met het overzetten van Sizoo’s vertaling naar modern Nederlands. Sizoo’s vertaling klonk bij verschijnen al gedateerd en is dat nu helemaal. Ellenlange zinnen, verouderde woorden. Ik probeer de zinnen in zo kort mogelijke stukken te knippen. Daarbij moet ik de zinsbouw soms flink omgooien. Daarnaast gebruik ik vaak andere woorden dan Sizoo, woorden die volgens mij in onze tijd dezelfde boodschap het beste weergeven.

Vervolgens vergelijk ik deze ‘hertaling’ met de Engelse vertalingen van Henry Beveridge uit 1845 en van Ford Lewis Battles uit 1960 en met het oorspronkelijke Latijn van Calvijn. Dat leidt meestal nog weer tot flinke aanpassingen. Soms blijkt dat ik Sizoo’s vertaling verkeerd opgevat heb en Calvijns bedoeling dus verkeerd heb weergegeven. En een andere keer ontdek ik dat je met Calvijns oorspronkelijke zin ook een heel andere kant op kunt dan Sizoo gedaan heeft . Door deze aanpassingen is de vertaling van Sizoo volgens mij nauwelijks meer in het eindresultaat te herkennen.

Door deze manier van werken kan ik vrij snel opschieten. Bovendien voorkom ik zo de vele fouten die ik vast en zeker zou maken als ik alleen op mijn eigen beperkte kennis van het Latijn zou vertrouwen. Ik ga er absoluut vanuit dat ik ook nu fouten maak, maar het zullen er toch vast heel veel minder zijn.

Ik maak bewust geen gebruik van de vertaling van De Niet. Ook hij heeft immers net als ik vertaald in modern Nederlands. En het lijkt me heel ontmoedigend om steeds te zien dat een ander het beter gedaan heeft dan ik. Bovendien ben ik bang dat ik me onbewust zo door hem zou laten beïnvloeden dat mijn werk als vanzelf op dat van hem zou gaan lijken. Dat lijkt me geen goed idee. Ik wil niet van plagiaat beschuldigd worden…

Op een aantal concrete vertaalkeuzes die ik gemaakt heb, wil ik nu nog iets dieper ingaan.

In de eerste plaats voorzie ik de vier boeken, de hoofdstukken en de paragrafen zelf van een titel. Bij de boeken en hoofdstukken geef ik Calvijns oorspronkelijke titel nog wel als ondertitel mee. Maar zijn titels zijn soms zo lang, dat een kortere, meer kernachtige titel me wel handig lijkt. De paragrafen hebben bij Calvijn geen titel. Die geef ik toch een titel om bij een bepaald onderwerp snel de juiste paragraaf te kunnen vinden.

In de tweede plaats de bijbelcitaten. Calvijn schrijft in het Latijn, dus in principe citeert hij uit de Vulgaat. Die wijkt op veel punten af van de bekende Nederlandse bijbelvertalingen. Bovendien citeert Calvijn zelden letterlijk. Hij gooit zinnen om, gebruikt net iets andere woorden. Het kan natuurlijk zijn dat hij bewust van de Vulgaat afwijkt en dichter bij het Hebreeuws of Grieks wil aansluiten. Of hij parafraseert de tekst om duidelijk aan te geven hoe hij die interpreteert. Maar het kan ook slordigheid zijn, alsof hij uit zijn hoofd citeert. Want soms is het duidelijk dat hij verschillende bijbelteksten door elkaar klutst of verwijst naar een andere tekst dan hij citeert. In elk geval heeft het weinig zin om bij het vertalen van Calvijns bijbelcitaten gebruik te maken van één of meer bestaande Nederlandse vertalingen. Ik heb er daarom voor gekozen om gewoon Calvijns citaat te vertalen.

Overigens haal ik de vele verwijzingen naar bijbelteksten uit de lopende tekst en breng ik die onder in de voetnoten. Op die manier is de lopende tekst volgens mij beter leesbaar, omdat het tekstbeeld niet zo onrustig oogt. Bovendien staan de Schriftverwijzingen nu steeds mooi op een rijtje onderaan de pagina. En op deze manier is het ook geen probleem om meer verwijzingen expliciet te vermelden dan Calvijn zelf doet. Wat betreft de versnummering houd ik me aan de nieuwe nummering zoals van de NBV. Waar de nieuwe nummering afwijkt van de oude nummering, zoals van de Statenvertaling, de NGB-vertaling van 1951 en de HSV, zet ik de oude nummering tussen haakjes erachter.

In de derde plaats betrek ik bij mijn vertaling ook Calvijns eigen vertaling in het Frans uit 1560. Calvijn maakte die vertaling omdat hij niet alleen voor theologen wilde schrijven, maar juist ook voor gewone gelovigen. Deze Franse vertaling wijkt op een aantal punten af van de Latijnse versie. Meestal gaat het dan om korte toevoegingen van enkele woorden of een extra zin die bedoeld zijn om zijn boodschap nog duidelijker te maken. Omdat ik hoop dat ook mijn vertaling gelezen wordt door niet-theologen, lijkt het me niet verkeerd om hier en daar Calvijns toevoegingen of verduidelijkingen uit de Franse vertaling mee te nemen in mijn vertaling. Nu heb ik geen verstand van oud-Frans. Ik baseer mij daarom op het Engels van Beveridge. Hij noemt in zijn voetnoten de verschillen tussen de Franse en de Latijnse versie. Bovendien heb ik net als Beveridge en Battles Calvijns voorwoord – ‘Het onderwerp van dit boek’ – uit de Franse vertaling opgenomen.

Ik wil deze verantwoording afsluiten door te wijzen op de goede raad waarmee Calvijn zelf het genoemde voorwoord bij de Franse vertaling afsluit: lees niet alleen maar deze Institutie. Houdt steeds een bijbel bij de hand en zoek de teksten op waar Calvijn naar verwijst. Op die manier kun je zijn betoog vaak veel beter volgen. En ondertussen bouw je een schat aan bijbelkennis op. Je gaat allerlei nieuwe lijnen en verbanden in de bijbel ontdekken. Bovendien blijft wat je leest veel beter in je geheugen hangen omdat je er actiever mee bezig bent. Als je dan later de bijbel leest, zul je merken dat je als vanzelf voortdurend weer van alles te binnen schiet van wat je bij Calvijn gelezen hebt. En daardoor blijkt ook het bijbellezen meer op te leveren. Zo is het mijzelf in elk geval wel vergaan. En dat wens ik elke lezer toe!

Gerrit Veldman

(Deze tekst bevat affiliatelinks.)

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in