
Onlangs kwam ik op sociale media een intrigerende uitspraak tegen, die ongeveer zo luidde: ‘In de Bijbel spreekt God voortdurend tot zijn volk. Maar buiten de Bijbel horen we Hem nooit spreken. Dat werkt op z’n minst de indruk dat God een personage is dat alleen in de Bijbel bestaat en niet daarbuiten.’
Die uitspraak raakte me. Ik moet bekennen: heel even stak de twijfel bij mij de op kop. Want klinkt het niet heel plausibel? Als God alleen in de Bijbel spreekt en daarbuiten nooit, is het dan niet heel logisch om te veronderstellen dat Hij een verzonnen personage is, zoals al die andere personages die je in boeken kunt tegenkomen? Kortom, is dit geen heel sterk argument voor het atheïsme?
Maar al snel besefte ik dat dit beslist niet het geval is.
Hij gaat namelijk uit van een aantal verkeerde vooronderstellingen.
De eerste is dat als God echt betstaat, het logisch zou zijn om te verwachten dat Hij nu nog op dezelfde manier spreekt als in de Bijbel. Maar de Bijbel zelf leert ons iets heel anders. God spreekt niet zomaar tot mensen. Hij spreekt om zich te openbaren. En die openbaring kent een structuur, met een begin en een eind. En ook een doel. Dat doel is Gods reddingswerk door Jezus Christus. Gods spreken is dus onderdeel van een openbaringsgeschiedenis, die weer onderdeel is van de heilsgeschiedenis. En die openbaringsgeschiedenis vindt zijn hoogtepunt in de menswording van Christus. Christus is Gods volle openbaring. Met Hem is de Bijbel compleet. Tot Hij terugkomt hebben we aan de Bijbel genoeg. Dus waarom zou God zich nu nog openbaren zoals Hij in de Bijbel doet? Daar is geen reden meer voor.
De tweede foute vooronderstelling is dat God ‘in’ de Bijbel spreekt. Alsof Hij een personage is dat in de Bijbel sprekend wordt ingevoerd. Alsof de Bijbel woorden van God bevat. Maar nee, zo is het niet. De Bijbel bevat niet Gods Woord, maar is zelf Gods Woord. En dat Woord leeft en blijft. De Bijbel bevat maar niet Gods spreken in het verleden, nee, door de Bijbel spreekt God nu nog steeds. In de Bijbel lezen we niet maar over God, nee, in de Bijbel ontmoeten we Hem. Als we in de Bijbel lezen, lezen we maar niet over zijn liefde, genade en kracht, nee, we ervaren die. En daarom gebeuren er ook nog steeds wonderen als mensen in de Bijbel lezen. De Bijbel doodt zonde en maakt mensen levend. De Bijbel vernieuwt en herschept.
Nu is het waar dat niet iedereen in de Bijbel God ontmoet en Hem ervaart. Dat komt omdat je daarvoor nieuwe ogen nodig hebt. Mensen zijn van nature te blind om God te zien en daarom moet Gods Geest hun ogen verlichten. Maar wie met zulke nieuwe ogen de Bijbel leest, zal God ontmoeten en ervaren dat Hij tot hem spreekt en wonderen doet in zijn leven. En is deze verlichting door de Geest zelf ook niet een spreken, een zich openbaren van God, nu in onze tijd? Een spreken dat weliswaar hand in hand gaat met de Bijbel, maar er wel extra bijkomt.
Dat brengt ons bij een derde vooronderstelling die niet klopt, namelijk dat God helemaal niet buiten de Bijbel zou spreken. De Geest werkt in ons hart. Het is de Geest die door het Woord mensen vernieuwt. Maar we zien God ook aan het werk buiten ons eigen hart. Heel de schepping getuigt van Hem. In het licht van de Geest en de Bijbel beseffen dat er geen andere verklaring voor ontstaan van deze wereld kan zijn, dan dat God die geschapen heeft. We zien Hem ook aan het werk in het regeren en onderhouden van die schepping. In het licht van de Geest en de Bijbel herkennen we Gods hand in alles wat er gebeurt, zowel in ons eigen leven als in de wereldgeschiedenis.
Kortom, wie met vernieuwde, gelovige ogen de Bijbel leest, beseft dat de bewering dat God buiten de Bijbel niet spreekt en daarom slechts een personage uit een boek is, onzin is. Dat iemand die de Bijbel zonder zulke ogen leest tot een dergelijke bewering komt, valt te begrijpen. Maar onze ervaring is anders.






















