• Blog
  • Bestellen
Home Blog Kerk & geloof Op de eerste dag van de week?

Op de eerste dag van de week?

Jezus is op gestaan op een zondag. Of toch een dag eerder, op de sabbat? Sommige christenen zeggen dat de uitdrukking 'de eerste dag van de week' verkeerd vertaald is. Hebben zij gelijk?

Voor de meeste christenen is het vanzelfsprekend: Jezus is opgestaan op de eerste dag van de week. Op zondag dus. En daarom is de zondag voor ons de rustdag en gaan wij nu elke zondag naar de kerk.

Maar er zijn ook christenen die daar anders over denken. Zij stellen dat nog altijd de sabbat, de zaterdag dus, de rustdag hoort te zijn. Zij wijzen erop dat nergens in het Nieuwe Testament expliciet gezegd wordt dat de zondag in de plaats van de sabbat is gekomen. Sterker nog, sommigen beweren zelfs dat Jezus helemaal niet op zondag is opgestaan, maar een dag eerder: op de sabbat.

Hoe komen ze daarbij?

Een week

Daarvoor moeten we naar de grondtekst van het Nieuwe Testament. Alle vier de evangelisten zeggen duidelijk: ‘op de eerste dag van de week’ gingen de vrouwen naar het graf en ontdekten ze dat het graf leeg was. De eerste dag van de week, dat is de zondag. Ja, maar als je kijkt wat er letterlijk staat, dan staat er bij alle vier evangelisten eigenlijk zoiets als: ‘op de eerste van de sabbatten’. Of nog letterlijker: ‘op een van de sabbatten’.

Duidelijk toch? Het was op een sabbat. Het staat er toch gewoon?

Maar waarom vertaalt vrijwel elke Bijbelvertaling dat dan met de eerste dag van de week? Het traditionele antwoord is dan dat het Griekse woord sabbaton ook gebruikt kan worden voor de sabbatscyclus, de periode van zeven dagen van sabbat tot sabbat, de week dus.

Je ziet dat bijvoorbeeld in Lucas 18:12, waar Jezus in de gelijkenis van de farizeeër en de tollenaar de farizeeër laat zeggen dat hij ‘tweemaal per sabbat’ vast. Maar tweemaal op één dag vasten, tussen de maaltijden door, is natuurlijk helemaal geen vasten. De logische vertaling is dus: ‘tweemaal per week’.

Met andere woorden: het woord ‘sabbat’ kan ook ‘week’ betekenen? Nee, dat is iets te kort door de bocht. Het woord betekent geen ‘week’. Maar in een bepaald verband kan er wel de week mee bedoeld worden.

1 of meer sabbatten

Nu zijn de tegenstanders van deze uitleg daar bepaald niet door overtuigd. Ze wijzen erop dat deze manier van vertalen eigenlijk alleen maar in het Nieuwe Testament gebruikt wordt. Dat is wel een smalle basis.

Dat klopt. Daarom moet het verband wel duidelijke aanwijzingen geven dat deze vertaling correct is. En die zijn er ook in het verhaal over Jezus’ opstanding.

Om te beginnen melden Mattheüs, Marcus en Lucas alle drie dat de sabbat net voorbij is. Nu zeggen tegenstanders wel dat dat niet zoveel zegt, omdat er die week meerdere sabbatten waren. Meerdere sabbatten? Ja, want het was de week van de ongezuurde broden. De eerste en de laatste dag van die week werden ook gevierd als een sabbat. De wet van Mozes gebood een heilige samenkomst op die dagen en verbood om op die dagen ‘dienstwerk’ te verrichten (Leviticus 23:7-8). En dan wijzen ze op Johannes 19:31, waar staat dat de dag na Jezus’ sterven geen gewone sabbat was, maar een ‘grote dag’: de eerste dag van het feest van de ongezuurde broden. De dag van Jezus’ opstanding zou dan de gewone wekelijkse sabbat zijn.

Als de vrouwen op een sabbat naar het graf gingen, rustten ze dus niet meer op die sabbat.

Toch is dat vrijwel onmogelijk. Het is veel logischer dat dat jaar beide sabbatten samenvielen. Waarom? Lucas vertelt uitdrukkelijk dat de vrouwen na de begrafenis voorbereidingen troffen om Jezus’ lichaam nog verder te verzorgen. Maar op de sabbat rustten ze (Lucas 23:56). Ze gingen pas weer naar het graf op de eerste dag van de week. Als je dat zou moeten vertalen alsof het een sabbat was, zou dat betekenen dat ze op die sabbat dus niet meer rustten! Bovendien vertelt Lucas dat op diezelfde dag de Emmaüsgangers zestig stadiën liepen van Jeruzalem naar Emmaüs (Lucas 24:13). Dat was meer dan tien keer de afstand van een sabbatsreis. Die afstand zouden ze dus vast niet gelopen hebben als het sabbat was!

Kortom, op basis van het verband is het vrij zeker dat het echt de eerste dag van de week was en geen sabbat.

Zeven dagen

Maar laten we nu nog eens kijken naar het Grieks. In alle vier de evangeliën staat eigenlijk precies dezelfde uitdrukking:

Mattheüs 28:1 εἰς μίαν σαββάτων eis mian sabbatoon
Marcus 16:2 τῆς μιᾶς σαββάτων tès mias sabbatoon
Lucas 24:1 Tῇ δὲ μιᾷ τῶν σαββάτων tèi de miai toon sabbatoon
Johannes 20:1 Tῇ δὲ μιᾷ τῶν σαββάτων tèi de miai toon sabbatoon

Alle vier hebben ze een vorm van het telwoord mia (één) en dan de tweede naamval meervoud van het woord sabbaton (van de sabbatten). Als je er een interliniaire woord-voor-woordvertaling op naslaat, dan zie dat er bij alle drie staat: één van (de) sabbatten. Maar als je niets weet van Griekse grammatica, zie je niet dat mia en sabbaton ieder een ander geslacht hebben. Mia is vrouwelijk, sabbaton is onzijdig. Wat betekent dat? Dat betekent dat met het woord mia nooit een sabbat bedoeld kan zijn. Er moet iets anders mee bedoeld worden.

Wat? Er is een vrouwelijk woord dat hier als vanzelfsprekend past: hèmera (ἡμέρα – dag). In het Grieks kun je zo’n woord weglaten, omdat het duidelijk is dat je het erbij zou moeten denken. In het Nederlands kan dat niet. Om de zin goed te vertalen, moet je wel vertalen met ‘één dag (of: dag één) van de sabbatten’.

Maar kan met die dag niet de sabbat bedoeld worden? Ja, dat zou kunnen. Sterker nog, de uitdrukking hèmera toon sabbatoon (dag van de sabbatten) is in de Septuagint, de Griekse vertaling van het Oude Testament, die ook door de evangelisten en de apostelen gebruikt werd, de standaardvertaling voor de sabbatdag. En ook in het Nieuwe Testament komt die uitdrukking voor.

Maar wat doet dat woord ‘één’ hier dan? We weten dat de Joden geen namen hadden voor hun dagen. De hele week draaide om de sabbat. Alleen de vrijdag kreeg uiteindelijk ook een eigen aanduiding: ‘voorbereiding van de sabbatten’ of ‘dag van de voorbereiding’. Ook die uitdrukking komt in het verslag van Jezus’ sterven aan aantal keer voor: in Marcus 15:42, Lucas 23:54 en Johannes 19:31. De andere dagen werden geteld van één tot en met vijf. De week zag er dus als volgt uit:

  • Eén van de sabbatten
  • Twee van de sabbatten
  • Drie van de sabbatten
  • Vier van de sabbatten
  • Vijf van de sabbatten
  • Voorbereiding van de sabbatten
  • Dag van de sabbatten

Dit rijtje maakt ook meteen duidelijk waarom alle evangelisten het woordje ‘dag’ weglaten. Dat woordje hoorde bij de sabbat zelf. Als ze dat hier zouden gebruiken, zou er verwarring kunnen ontstaan. Ook voor de vrijdag werden nooit de woorden ‘dag’ en ‘sabbatten’ samen gebruikt, maar altijd hooguit één van beiden.

Er is dus veel voor te zeggen om ‘één van de sabbatten’ op te vatten als een standaarduitdrukking voor de eerste dag van de week. Vandaar dus dat het woordje ‘één’ vertaald wordt met ‘eerste’, dat het woordje ‘dag’ woord ingevoegd en dat er in plaats van ‘sabbatten’ ‘week’ gebruikt wordt.

Zeven weken

Maar degenen die graag vasthouden aan Joodse gebruiken geven nog een andere reden waarom ze ‘de eerste dag van de week’ geen acceptabele vertaling vinden. En ik moet zeggen dat ik die reden heel aantrekkelijk vind. Ze wijzen er namelijk op dat de dag van Jezus’ opstanding ook de dag is waarop de Joden begonnen met tellen richting Pinksteren, het zogenaamde Wekenfeest.

Wat was namelijk het geval? Tijdens de week van de ongezuurde broden viel er nog een andere feestdag: de dag van de eerstelingen. Die dag moest gehouden worden op de dag ná de sabbat (Leviticus 23:11). Er was discussie over de vraag of dat de dag na het eerste dag van het feest van de ongezuurde broden was, de eerste extra sabbat dus, of de dag na de gewone sabbat van die week. Maar als dat jaar beide sabbatten samenvielen, was het dat jaar in elk geval duidelijk.

Op die dag, moest er al vast een eerste offer gebracht worden van de nieuwe oogst. Vandaar de naam ‘eersteling’. En vanaf die dag moesten de Joden zeven sabbatten tellen. De dag na de zevende sabbat, de vijftigste dag, moest dan het echte oogstfeest gevierd worden (Leviticus 23:15-16). Het Griekse woord voor de vijftigste is pentèkostè en daar is ons woord ‘Pinksteren’ van afgeleid.

Nu zeggen deze mensen dat met ‘de eerste van de sabbatten’ niet de eerste dag van de week bedoeld werd, maar de eerste van de zeven sabbatten. En daarbij wijzen ze erop dat werkelijk alle keren dat deze uitdrukking in het Nieuwe Testament voorkomt, het gaat om een dag tussen Pasen en Pinksteren.

Behalve in het paasverhaal, komt deze uitdrukking namelijk nog twee keer voor. En beide passages worden door christenen wel aangevoerd als aanwijzing dat het al in de tijd van de apostelen gebruikelijk was dat christenen op zondag samenkwamen. En dus is de voorstanders van sabbatsviering er veel aan gelegen om dit idee te ontkrachten.

In 1 Korinthiërs 16:2 draagt Paulus de Korinthiërs op om ‘elke eerste dag van de week’ (‘elke één van de sabbatten’) iets op zij te leggen voor een collecte voor de gemeente van Jeruzalem. En vervolgens zegt hij in vers 8 dat hij nog tot Pinksteren in Efeze blijft. Als je dan ook nog een verband legt met wat Paulus in 2 Korinthiërs 9 zegt over vrijgevigheid in relatie met een collecte voor Jeruzalem en wat in Deuteronomium 16 over vrijgevigheid gezegd wordt in het kader van het Wekenfeest, dan lijkt het inderdaad best aannemelijk dat Paulus de collecte bewust koppelt aan de zeven weken tussen Pasen en Pinksteren. Zou dat geen mooie ontdekking zijn?

Toch is de vertaling ‘elke één van de sabbatten’ niet logisch. Waarom zou Paulus dan het getal één noemen? Waarom niet gewoon ‘elke van de sabbatten’ of simpelweg ‘elke sabbat’, zonder het telwoord ‘één’? En zou hij de eerste dag van de eerste week voor Pinksteren bedoelen, dan is dat ook niet logisch. Want hij zegt: ‘elke eerste dag’. Als het specifiek om de eerste dag van de eerste week zou gaan, dan bedoelt hij dus niet wekelijks, maar jaarlijks. Of zou het om een jaarlijkse collecte gaan? Dat het ook in de tweede brief aan de Korinthiërs weer over een collecte voor Jeruzalem gaat, zou dat misschien kunnen ondersteunen.

Maar dan de andere passage waar de uitdrukking ‘eerste dag van de week’ voorkomt. Dat is in Handelingen 20:7. Paulus is onderweg van Macedonië naar Jeruzalem. Onderweg doet hij Troas aan. Daar is dan ‘op de eerste dag van de week’ (‘op één van de sabbatten’) de beruchte samenkomst waar Paulus zo lang preekte, dat de jonge Eutyches slapend uit het raam viel. Vervolgens vertelt Lucas in vers 16 dat Paulus zich haastte om zo mogelijk op de Pinksterdag in Jeruzalem te zijn. Opnieuw een link met Pinksteren dus.

Maar gaat het hier nu echt om de eerste sabbat van de zeven tussen Pasen en Pinksteren?

Nee!

Wat vaak over het hoofd gezien wordt, is dat de samenkomst in Troas al een week of twee later was. Want in vers 6 vertelt Lucas dat Paulus ‘na de dagen van de ongezuurde broden’ wegvoer uit Filippi en binnen vijf dagen in Troas aankwam. Daar bleef hij zeven dagen. De bewuste samenkomst was op de laatste dag, want Paulus was van plan de volgende dag te vertrekken. Het tellen van de zeven weken begint op de dag van de eerstelingen, ergens in de week van de ongezuurde broden. Van die zeven weken waren dus al twee om: één week in Troas en één week daarvoor, waarvan Paulus vijf dagen op zee had doorgebracht. De samenkomst in Filippi is dus de dag na sabbat nummer twee – aan het begin dus van week drie – of, als het inderdaad op een sabbat zou zijn, op sabbat nummer twee. Zeker niet op sabbat nummer één en zelfs niet aan het begin van week één!

De dag van Jezus’ opstanding kan onmogelijk de eerste sabbat van de zeven zijn.

Trouwens, zoals gezegd begint het tellen van de zeven sabbatten altijd op de dag van de eerstelingen. En omdat die dag direct na een sabbat valt, is de eerste van de zeven sabbatten dus altijd pas een week ná de sabbat in de week van de ongezuurde broden. En dus minstens acht dagen na het pascha. Jezus stierf op de dag van het pascha, de dag voor de week van de ongezuurde broden begon. De dag van Jezus’ opstanding kan dus onmogelijk de eerste sabbat van de zeven zijn. Als het al een sabbat zou zijn, zou het de laatste sabbat vóór de zeven sabbatten zijn.

De eersteling

Maar waarom dan die uitdrukkelijke vermelding in het paasverhaal van het getal één? Hoe het verslag van de vier evangelisten ook verschilt, dat getal één vermelden ze allemaal. Waarom?

Blijkbaar willen ze er alle vier geen enkel misverstand over laten bestaan dat Jezus is opgestaan op de dag ná de sabbat. De dag ná de sabbat in de week van de ongezuurde broden. Precies op de dag dus van de eerstelingen!

Dat heeft een betekenis. Paulus legt dat uit in 1 Korinthiërs 15:20: Christus is opgewekt uit de doden – niet: uit de dood – als eersteling. Dat wil zeggen: Hij is niet de enige, niet de laatste van de doden die wordt opgewekt. Er zal uit die doden nog een hele oogst volgen: alle gelovigen zullen delen in Christus’ opstanding.

Daar draait heel ons geloof om, zegt Paulus. Als wij niet zullen opstaan, heeft ons geloof geen inhoud. Dan is het zinloos. Maar onze opstanding is volledig afhankelijk van Christus’ opstanding. Als Christus niet is opwekt, zullen wij ook niet worden opgewekt (1 Korinthiërs 15:14).

Dat Christus is opgewekt – als eersteling – is de basis voor ons geloof.

Dat Christus is opgewekt – als eersteling – is dus de basis voor ons geloof. En daarom is het zo belangrijk dat wij weten dat die opstanding plaats vond op de eerste dag van de week, de dag van de eerstelingen.

En inderdaad, dat is de eerste dag van de zeven weken voor Pinksteren. Pinksteren is het feest van de volle oogst. Want het is de Geest die ons het geloof geeft waardoor wij aan Christus’ opstanding deel krijgen.

En wat de zondag betreft: is het niet opmerkelijk dat dus al in de wet van Mozes vastlag dat zowel ons Paasfeest als ons Pinksterfeest niet op de sabbat, maar juist altijd op de dag ná de sabbat zouden vallen? De dag dus die wij zondag noemen.

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Gerrit Veldmanhttp://www.gerritveldman.nl
Gerrit Veldman (1975) studeerde geschiedenis in Utrecht en haalde vervolgens zijn eerste-graads onderwijsbevoegdheid. Hij heeft enkele boeken vertaald vanuit het Engels. Grote hobby's zijn orgel spelen, fotografie en stamboomonderzoek. Als christen volgt hij kritisch de ontwikkelingen in kerk en maatschappij.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.