Voor kritische christenen zoals ik is het geen leuke tijd. Er is zoveel om kritiek op te hebben. De oppervlakkige, postmoderne vrijblijvendheid grijpt als een besmettelijke ziekte om zich heen. Steeds meer christenen laten zich leiden door hun gevoel in plaats van Gods Woord, vaak zonder het zelf door te hebben. Met het gevolg dat ze in hun ideeën en levensstijl steeds meer meedoen met wereld om ons heen. Daar wordt ik niet vrolijk van.

Maar nog vervelender wordt het soms als je je kritiek daarop uit. Want een van de uitwassen van deze ‘ziekte’ is dat kritiek vaak niet meer mag. Wie ben ik dat ik kritiek zou mogen hebben op wat andere christenen vinden of doen? Kritiek wordt gezien als liefdeloos en als oordelen. En oordelen mag niet. Dat heeft Jezus immers zelf gezegd? ‘Oordeel niet, opdat je niet geoordeeld wordt!’ Dat is tegenwoordig een van de bekendste en meest geciteerde uitspraken van Jezus.

Maar is dat terecht? Wordt die uitspraak wel op de juiste manier gebruikt? Is het waar dat oordelen niet mag? En is het uiten van kritiek op de ideeën en de levensstijl van mede-christenen per definitie oordelen en dus liefdeloos?

Christenen moeten oordelen over elkaar

Om te beginnen is het maar de vraag of Jezus’ uitspraak: ‘Oordeel niet!’ wel zo massief opgevat moet worden dat we echt nooit en op geen enkele manier mogen oordelen. De bijbel zegt ook andere dingen.

Paulus zegt bijvoorbeeld tegen de Korinthiërs:

‘Het is toch niet aan mij om hen die buiten zijn te oordelen? Oordeelt u immers niet alleen hen die binnen zijn? Maar hen die buiten zijn, oordeelt God. En doe de kwaaddoener uit uw midden weg.’ (1 Korinthiërs 5:12-13 HSV)

Paulus maakt hier dus onderscheid. Over mensen die geen christen zijn, mag je als christen niet oordelen. Dát oordeel moet je aan God overlaten. Maar over mede-christenen, mag je wel oordelen. Sterker nog, over hen moet je oordelen! Kerkmensen die verkeerde dingen doen en daarin volharden, moet je zelfs buiten de kerk zetten. Dat is een hard oordeel!

Maar zo’n oordeel sluit wel aan bij wat Jezus zelf ook gezegd heeft:

‘Maar als uw broeder tegen u gezondigd heeft, ga naar hem toe en wijs hem terecht tussen u en hem alleen; als hij naar u luistert, hebt u uw broeder gewonnen. Maar als hij niet naar u luistert, neem er dan nog een of twee met u mee, opdat in de mond van twee of drie getuigen elk woord vaststaat. Als hij niet naar hen luistert, zeg het dan tegen de gemeente. En als hij ook niet naar de gemeente luistert, laat hij dan voor u als de heiden en de tollenaar zijn.’ (Mattheüs 18:15-17 HSV)

Ook Jezus zelf zegt dus dat je je mede-gelovigen erop moet aanspreken als ze zondigen. Als het een privékwestie is, begint dat persoonlijk. Maar uiteindelijk wordt het een openbare zaak van de hele gemeente. En ook bij Jezus loopt het er dan op uit dat wie volhardt in zijn zonde, uit de kerk gezet moet worden. Opnieuw: een hard oordeel!

En er is nog iets bijzonders aan de hand met dat oordeel. Want vervolgens zegt Jezus:

‘Voorwaar, Ik zeg u: Alles wat u op de aarde bindt, zal in de hemel gebonden zijn; en alles wat u op de aarde ontbindt, zal in de hemel ontbonden zijn.’ (Mattheüs 18:18 HSV)

Dat is nogal wat! Eigenlijk zegt Jezus hier dat de kerk op aarde beslist over de vergeving van zonden. Over de vraag of iemand naar de hemel gaat of niet.

Maar daar oordeelt God toch zelf over? Dat kunnen mensen toch niet? Inderdaad. Maar wie de bijbel leest, weet hoe wij mensen aan vergeving voor onze zonden komen. Dat gaat via geloof en bekering. En wie echt gelooft, volhardt niet in zonde. Wie wel volhardt in zonde, is niet echt bekeerd en heeft geen echt geloof. En dus kunnen wij ook tegen zo iemand zeggen: als jij je niet bekeert, is er voor jou geen vergeving van zonden. Natuurlijk, we kunnen ons daarin soms vreselijk vergissen als we niet oordelen op basis van de bijbel, maar op basis van eigen inzichten. Maar zolang de kerk spreekt op basis van de bijbel, spreekt ze namens God.

Oordelen uit liefde

Nu is het niet zo dat de kerk hiermee definitieve oordelen velt. Het blijft altijd mogelijk dat iemand die buiten de kerk gezet is, zich bekeert. Dat is zelfs de bedoeling. Dit strenge oordelen door de kerk gebeurt juist uit liefde. In de eerste plaats uit liefde voor degene die het betreft, in de hoop dat hij wordt wakker geschud en alsnog gered wordt. Maar in de tweede plaats ook uit liefde voor de overige leden van de gemeente. Want zij moeten beschermd worden.

Paulus noemt het buiten de gemeente zetten van een hardnekkige zondaar ‘het verwijderen van zuurdeeg’. Waarom moet dat zuurdeeg uit de gemeente verwijderd worden? Omdat het een klein beetje zuurdeeg het hele deeg zuur maakt. (1 Korinthiërs 5:6-7) Als een hardnekkige zondaar in de gemeente getolereerd wordt, besmet hij de hele gemeente. Mensen gaan zijn verkeerde gedrag of zijn verkeerde ideeën overnemen. De hele kerk loopt dan gevaar! Het is liefdeloos om je mond te houden als je zoiets ziet gebeuren.

Nu terug naar het: ‘Oordeel niet!’ Het kan dus niet zo zijn dat Jezus hier bedoelt dat je helemaal niet mag oordelen. Want dan zou Paulus Jezus tegenspreken. Sterker nog, dan zou Jezus zichzelf tegenspreken. Maar wat bedoelt Jezus dan wel?

Het is belangrijk om deze uitspraak van Jezus in zijn verband te lezen. Deze uitspraak van Jezus komt tweemaal in de bijbel voor, in Mattheüs 7:1 en in Lucas 6:37. Het vers in Lucas is iets uitgebreider:

‘Oordeel niet en u zult niet geoordeeld worden; veroordeel niet en u zult niet veroordeeld worden; laat los en u zult losgelaten worden.’ (HSV)

Voor ‘veroordelen’ wordt in het Grieks een woord gebruikt dat ‘vonnissen’ betekent. Het verwijst naar een uitspraak van een rechtbank. Het ‘loslaten’ wordt ook vaak vertaald met ‘vergeven’.

Deze beide toevoegingen bij Lucas kun je volgens mij lezen als verduidelijking bij het: ‘Oordeel niet!’ Het is alsof Jezus zegt: met niet oordelen bedoel ik niet dat je geen kritiek mag hebben of dat je iemand gedrag of ideeën niet mag afkeuren. Maar je mag niet zover gaan dat je iemand als persoon afschrijft, alsof er voor die ander geen hoop meer is, alsof er voor hem geen vergeving van zonden meer mogelijk is. Dat definitieve oordeel moet je als mens loslaten en aan God overlaten.

Doe je dat niet en schrijf je iemand toch af, dan wordt je zelf afgeschreven. Vergeef jij iemand anders zijn zonden niet, dan worden jouw zonden ook niet vergeven. Je komt dat meerdere keren tegen in Jezus’ onderwijs. Bijvoorbeeld in verband met het Onze Vader (Mattheüs 6:14-15) of in de gelijkenis van de onbarmhartige schuldenaar (Mattheüs 18:23-35).

Hier, als Jezus het heeft over het niet oordelen, gebruikt Hij daarvoor het beeld van een maatbeker, zowel in Mattheüs 7:2 als in Lucas 6:38. Opnieuw is Lucas het duidelijkst:

‘Geef en aan u zal gegeven worden: een goede, vastgedrukte, geschudde, overlopende maat zal men u in de schoot geven, want met dezelfde maat waarmee u meet, zal er bij u ook gemeten worden.’ (HSV)

Bij het woord ‘maat’ denken we vaak aan een soort meetlat. Iemand de maat nemen. We leggen hem langs onze meetlat en kijken of hij wel aan de eisen voldoet. Maar uit Lucas blijkt duidelijk dat het hier niet gaat om de maat nemen, maar de maat geven. Het gaat hier niet zozeer om de vraag: hoe kritisch kijk ik naar iemands gedrag of ideeën? Nee, het gaat veel meer om de vraag: wat vind ik dat hij verdient? Wat gun ik hem? Gun ik hem vergeving van zonden en een eeuwig leven? Of vind ik dat hij eigenlijk toch echt in de hel thuishoort? Nou, als je zo oordeelt, dan hoor jezelf ook in de hel thuis! Want wat je die ander gunt, dat krijg je zelf.

Praktisch betekent dat dus dat je gerust mag aanwijzen wat er in de dingen die iemand zegt of doet verkeerd is. Dat moet zelfs. Maar altijd op een opbouwende manier, in de hoop dat die ander zich bekeert. Als je het zo doet, is het een daad van liefde.

Kritisch kijken naar jezelf

Maar er komt nog iets bij. Want zowel in Mattheüs 7:4-5 als in Lucas 6:41-42 komt Jezus vervolgens met het bekende beeld van de splinter en de balk. Als je kritiek hebt op een ander, moet je altijd beseffen dat jijzelf ook heel veel kritiek kunt gebruiken. Jezus bedoelt echt niet dat je de splinters bij anderen maar rustig moet laten zitten. Natuurlijk moeten die eruit en het is goed om daarbij te helpen. Maar dat kun je pas als je eerst naar jezelf gekeken hebt.

Ook Paulus wijst ons daarop. In Romeinen 1 beschrijft hij hoeveel vreselijke dingen de heidenen doen die God vaarwel gezegd hebben en door Hem aan hun lot overgelaten zijn. Moeten wij, christenen, hen dan maar afschrijven als hopeloos? Nee, zegt Paulus:

‘Daarom bent u niet te verontschuldigen, o mens, wie u ook bent die anderen oordeelt, want waarin u de ander oordeelt, veroordeelt u uzelf. U immers die anderen oordeelt, doet dezelfde dingen.’ (Romeinen 2:1 HSV)

Zo is het. Wij christenen zijn geen haar beter dan de ergste ongelovigen. We doen dezelfde dingen. Hen moeten we aan God overlaten. Elkaar moeten we scherp houden door elkaar liefdevol kritisch te benaderen. Maar het meest kritisch moeten we zijn op onszelf. We moeten ons kwetsbaar opstellen. We moeten anderen de ruimte geven om kritiek op ons te geven. We moeten eerlijk luisteren als iemand kritiek op ons heeft.

Dat vind ik persoonlijk best moeilijk. Maar ik doe m’n best. Dus hierbij: heb je kritiek op mij? Wijs het mij maar aan! Ben ik te kritisch? Laat het me zien. Is mijn kritiek onterecht? Overtuig me maar.

Maar neem me alsjeblieft niet kwalijk dat ik kritisch ben.

Bron foto: https://www.flickr.com/photos/12463666@N03/16837349419/

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in