6.10 – Christus is Gods voltooide openbaring
'Terwijl in het Oude Testament alles op Christus werd voorbereid, wordt nu alles uit Hem afgeleid.'
6.9 – Israël na de ballingschap
'Israël heeft geleden en is verdrukt als geen volk ter wereld.'
6.8 – Isaëls ontrouw en Gods trouw tijdens de richters en de koningen
'De Schrift beschouwt heel de geschiedenis van Israël vanuit het standpunt van het verbond.'
6.7 – Het doel van de wet voor Israël
'De wet is na en ze is tot de belofte.'
6.6 – Het karakter van de wet
'Heel de wet wordt bezield door de gedachte: Jehova heeft jullie eerst liefgehad en als zijn volk aangenomen. Daarom moeten jullie de Heer liefhebben.'
6.5 – Wet en belofte voor Israël
'De wet is door God als een tijdelijke maatregel bedoeld en in de volheid van de tijd, toen de wet haar vervulling had bereikt, afgeschaft om haar zwakheid en nutteloosheid.'
6.4 – Wet en belofte volgens Paulus
'De wet deed dienst om de belofte vervullen.'
6.3 – De wet doet de genadebelofte niet teniet
'Het is onmogelijk dat de wet die later door God aan Israël gegeven werd, zijn belofte tenietgedaan zou hebben.'
6.2 – De genadebelofte is de kern
'Niet wet, maar evangelie, niet eis, maar belofte is de kern van de openbaring.'
6.1 – Een nieuw begin bij de aartsvaders
'God die één en eeuwig, rechtvaardig en heilig was, verbond zich aan Israël als hun God.'

























