12.13 – Het proefgebod en de staat van de onschuld

0
'Hoe hoog Adam ook door God werd geplaatst, hij had het hoogste nog niet.'

12.12 – Doel en bestemming van de mens

0
'Als de mens bij zijn schepping tot de arbeid geroepen werd, dan sluit dit in dat hij, na het volbrengen van die arbeid, de rust zou binnengaan.'

12.11 – Het beeld van God in engere zin

0
'De schepping van de mens volgens Gods beeld en de mogelijkheid van zijn val sluiten de mogelijkheid van zijn verlossing en herschepping in.'

12.10 – Het beeld van God in ruimere zin

0
'Door zijn geestelijke natuur is de mens verwant aan God, die Geest is.'

12.9 – Beeld van God in engere en ruimere zin

0
'De Schrift noemt de gevallen mens niet alleen beeld van God, maar ze blijft hem zo ook altijd door beschouwen en behandelen. Toch vinden we daarnaast de voorstelling dat de mens door de zonde het beeld van God heeft verloren.'

12.8 – De mens als beeld van God

0
'Zoals de mens in het klein is, zó is God in het groot, in het oneindig grote, omdat de mens is zoals God is.'

12.7 – Engelen

0
'Engelen zijn de zonen, de krachtige helden, de machtige legermachten van God. Mensen werden volgens zijn beeld geschapen en zijn Gods geslacht.'

12.6 – Dieren en planten

0
'De mens is ver boven het dier verheven. Er is tussen die twee geen geleidelijke overgang maar een kloof.'

12.5 – Het verband tussen oorsprong en wezen van de mens

0
'Als de mens zichzelf geleidelijk uit het dier ontwikkeld heeft, zonder God, dan verliezen de godsdienst, de waarheid, de moraal, de schoonheid hun absolute karakter.'

12.4 – Kritiek op de evolutietheorie

0
'De wetenschap die tot de prehistorische tijd wil doordringen en de oorsprongen van de dingen wil vinden, moet per definitie de toevlucht nemen tot gissingen, vermoedens en veronderstellingen. Die zijn niet vatbaar voor strikte bewijzen.'

Artikelen