21.3 – De basis voor gerechtigheid in het Oude Testament

0
'De gerechtigheid van God waarop het vrome Israël pleit, vormt geen tegenstelling met, maar is verwant aan zijn goedertierenheid en heil en is nauw verbonden met zijn waarheid en trouw.'

21.2 – Rechtvaardige mensen in het Oude Testament

0
'Wij stellen het zo voor dat we door Gods gerechtigheid veroordeeld, maar door zijn barmhartigheid behouden worden. Maar de vromen van het Oude Verbond maken zo’n tegenstelling niet.'

21.1 – Gods gerechtigheid

0
'Er staat geen wet boven God, waaraan Hij beantwoorden moet. Zijn rechtvaardigheid houdt in dat Hij volmaakt met zichzelf overeenstemt. Daarentegen hebben alle bepalingen en wetten in Hem hun oorsprong.'

20.11 – Bekering

0
'Bekering komt niet op uit de oude, maar uit de nieuwe mens. Ze veronderstelt al en is een vrucht van het zaligmakend geloof.'

20.10 – Geloof

0
'Wie de naam van de Heer kennen, vertrouwen op Hem, maar wie Hem niet vertrouwen, die hebben Hem ook uit zijn woord nog niet leren kennen zoals Hij werkelijk is.'

20.9 – Wedergeboorte

0
'Wat een kracht zou er van de gemeente uitgaan als ze het beeld van Christus niet maar in haar belijdenis beschreef, maar ook in de praktijk van het leven te zien gaf aan allen die rondom haar zijn.'

20.8 – De innerlijke roeping

0
'De innerlijke roeping houdt in het algemeen in dat ze de verbroken band tussen God en mens weer herstelt en de mens opnieuw geestelijk aan God verwant maakt, zodat hij Gods woord weer horen wil en verstaan kan.'

20.7 – De uiterlijke roeping is onvoldoende

0
'Het evangelie wordt de door de mens, als hij aan zichzelf wordt overgelaten, altijd verworpen en tegengestaan.'

20.6 – De uiterlijke roeping

0
Maar voordat het goed recht van dit onderscheid betoogd wordt, dient er sterk de nadruk op te vallen dat de bedoeling ervan zeker niet...

20.5 – Uiterlijke en innerlijke roeping

0
'Het is een absurde gedachte dat God heel de natuur zou beheersen en alle dingen, tot zelfs in kleinigheden toe, zou regelen en dat Hij het grote, alles beheersende en tot in de eeuwigheid toe doorwerkende feit van de geestelijke ongelijkheid onder de mensen van zijn raad en voorzienigheid zou hebben uitgesloten en aan de mensen zou hebben overgelaten om zelf te beslissen.'

Artikelen