4.4.1 – Bisschoppen, presbyters en diakenen

Tot nu toe heb ik het gehad over de orde van kerkregering zoals die ons is overgeleverd uit Gods zuivere Woord en over de...

4.4.2 – Bisschoppen

De oude kerk noemde dus iedereen aan wie een leertaak was opgedragen ‘presbyters’ – ‘ouderlingen’. Dezen kozen in elke stad uit hun aantal één...

4.4.3 – Een bisschop moest preken

Maar wat betreft de taak waarover ik het nu heb, zowel de bisschop als de presbyters moesten zich wijden aan het uitdelen van het...

4.4.4 – Aartsbisschoppen en patriarchen

Verder was in elke provincie een van de bisschoppen aartsbisschop. En het concilie van Nicea stelde ook nog patriarchen aan, die in rang en...

4.4.5 – Diakenen

En de diakenen waren toen niet anders dan in de tijd van de apostelen. Want ze ontvingen de dagelijkse gaven van de gelovigen en...

4.4.6 – Kerkelijke bezittingen

Hieruit kunnen we ook afleiden hoe kerkelijke bezittingen gebruikt werden en hoe die werden uitgedeeld. Zowel in de besluiten van synodes als bij de...

4.4.7 – Verdeling van de kerkelijke bezittingen

In het begin was de bediening vrij en vrijwillig. De bisschoppen en de diakenen waren uit eigen beweging trouw en als wetten hadden ze...

4.4.8 – Alle kerkelijke bezittingen moesten beschikbaar zijn voor de armen

Bovendien gaven ze in het begin maar heel weinig uit om de heilige dienst te versieren. Ook later, toen de kerk iets rijker werd,...

4.4.9 – Lectoren en acolieten

Tot zover een opsomming van de taken in de oude kerk. De kerkelijke schrijvers noemen ook nog andere taken, maar dat waren meer trainingen...

4.4.10 – De manier van aanstellen

Bij het roepen van dienaren heb ik als eerste en tweede punt genoemd wat voor dienaren er gekozen moeten worden en hoe zorgvuldig dat...