4.4.4 – Aartsbisschoppen en patriarchen
'Hiërarchie is volgens mij een foute term. In elk geval komt die niet voor in de Schrift. Want de Heilige Geest heeft willen voorkomen dat iemand als het over de regering van de kerk gaat, zou dromen van oppergezag of heerschappij.'
4.4.9 – Lectoren en acolieten
'Om de kerk opvolgers na te laten, namen in de oude kerk de heilige mannen jongens onder hun hoede die zich met toestemming en op gezag van hun ouders aanmelden voor de geestelijke militaire dienst.'
4.4.14 – Wijding van bisschoppen
'Bij de ordening van een bisschop moesten de bisschoppen allemaal aanwezig zijn, zodat er extra serieus onderzoek kon worden gedaan naar de leer en de levensstijl van degenen die geordend moest worden.'
4.4.2 – Bisschoppen
'De ouder kerk noemde iedereen aan wie een leertaak was opgedragen "presbyters". Dezen kozen in elke stad uit hun aantal één die ze specifiek de "bisschop" noemden, om te voorkomen dat de gelijkheid tot onenigheid zou leiden.'
4.4.13 – De rol van de burgerlijke overheid
'Het is onacceptabel als een koning als bisschop aanstelt wie hij maar wil. Want dan komt alles in handen van de willekeur van één man. Maar dat is iets anders dan de koning of de keizer de eer geven dat hij de wettige verkiezing met zijn gezag bevestigt.'
4.4.5 – Diakenen
'In de oude kerk ontvingen de diakenen de dagelijkse gaven van de gelovigen en de jaarlijkse inkomsten van de kerk, om die op de juiste manier te gebruiken: voor een deel deelden ze die uit aan de dienaren en voor een ander deel aan de armen, voor hun onderhoud.'
4.4.12 – De rol van de geestelijken
'Het gebeurt haast nooit dat zoveel hoofden een zaak eenstemmig kunnen beslissen. Bijna altijd is dit spreekwoord waar: een weifelende massa wordt verscheurd door tegenstrijdige opvattingen.'
4.4.8 – Alle kerkelijke bezittingen moesten beschikbaar zijn voor de armen
'Al het geld dat in de oude kerk werd uitgegeven om de heilige dienst te versieren, bleef beschikbaar voor de armen, voor het geval de nood hoger zou worden.'
4.4.10 – De manier van aanstellen
'In de oude kerk stelde men aan een bisschop hogere eisen dan Paulus, voor in later tijd, omdat ze toen als eis stelden dat je ongetrouwd moest zijn. Maar voor de rest stemden ze volledig overeen met de beschrijving van Paulus.'
4.4.7 – Verdeling van de kerkelijke bezittingen
'In de oude kerk mocht de bisschop van de kerkelijke bezittingen niets voor eigen gebruik nemen, behalve wat genoeg was om zich ingetogen en eenvoudig te voeden en te kleden.'




















