4.4.8 – Alle kerkelijke bezittingen moesten beschikbaar zijn voor de armen

0
'Al het geld dat in de oude kerk werd uitgegeven om de heilige dienst te versieren, bleef beschikbaar voor de armen, voor het geval de nood hoger zou worden.'

4.4.2 – Bisschoppen

0
'De ouder kerk noemde iedereen aan wie een leertaak was opgedragen "presbyters". Dezen kozen in elke stad uit hun aantal één die ze specifiek de "bisschop" noemden, om te voorkomen dat de gelijkheid tot onenigheid zou leiden.'

4.4.14 – Wijding van bisschoppen

0
'Bij de ordening van een bisschop moesten de bisschoppen allemaal aanwezig zijn, zodat er extra serieus onderzoek kon worden gedaan naar de leer en de levensstijl van degenen die geordend moest worden.'

4.4.3 – Een bisschop moest preken

0
'Lange tijd gold in de kerk dit principe: de eerste taak van een bisschop was dat hij zijn volk voedde met Gods Woord.'

4.4.5 – Diakenen

0
'In de oude kerk ontvingen de diakenen de dagelijkse gaven van de gelovigen en de jaarlijkse inkomsten van de kerk, om die op de juiste manier te gebruiken: voor een deel deelden ze die uit aan de dienaren en voor een ander deel aan de armen, voor hun onderhoud.'

4.4.10 – De manier van aanstellen

0
'In de oude kerk stelde men aan een bisschop hogere eisen dan Paulus, voor in later tijd, omdat ze toen als eis stelden dat je ongetrouwd moest zijn. Maar voor de rest stemden ze volledig overeen met de beschrijving van Paulus.'

4.4.1 – Bisschoppen, presbyters en diakenen

0
'De Schrift houdt ons drie soorten dienaren voor. En zo heeft ook de oude kerk al haar dienaren verdeeld in drie rangen. Want uit de ouderlingen werd een deel uitgekozen als herders en leraren. De rest was belast met het toezicht en de correctie van de levensstijl. En de diakenen met de zorg voor de armen.'

4.4.12 – De rol van de geestelijken

0
'Het gebeurt haast nooit dat zoveel hoofden een zaak eenstemmig kunnen beslissen. Bijna altijd is dit spreekwoord waar: een weifelende massa wordt verscheurd door tegenstrijdige opvattingen.'

4.4.11 – De instemming van het volk

0
'Het volk heeft lang de vrijheid behouden om zelf de bisschoppen te kiezen. Zo kon niemand worden opgedrongen met wie niet iedereen blij was.'

4.4.7 – Verdeling van de kerkelijke bezittingen

0
'In de oude kerk mocht de bisschop van de kerkelijke bezittingen niets voor eigen gebruik nemen, behalve wat genoeg was om zich ingetogen en eenvoudig te voeden en te kleden.'