4.3.11 – Uiterlijke en innerlijke roeping

1
'Innerlijke roeping is een goed getuigenis in ons hart dat wij de aangeboden taak niet aannemen uit eerzucht en evenmin uit hebzucht of welke andere slechte begeerte ook, maar alleen omdat we God oprecht vrezen en graag de kerk willen opbouwen.'

4.3.12 – Wie moeten er uitgekozen worden als dienaren en hoe moet dat gebeuren?

0
'Er mogen alleen opzieners gekozen worden die gezond zijn qua leer en heilig qua levensstijl. Ze mogen niet bekend staan om een gebrek dat hun gezag zou ondermijnen en hun bediening te schande zou maken.'

4.3.13 – God zelf koos de apostelen uit

0
'Het apostelschap was een buitengewone bediening. Daarom moesten degenen die die bediening zouden vervullen, geroepen en aangesteld worden door de stem van de Heer zelf.'

4.3.14 – God gebruikt mensen om dienaren uit te kiezen

0
'Geen verstandig mens zal ontkennen dat het volledig overeenstemt met de orde van een wettige roeping dat de opzieners worden aangewezen door mensen.'

4.3.15 – De rol van de gemeente

0
'Volgens Gods Woord wordt een dienaar wettig geroepen als met instemming en goedkeuring van het volk diegenen gekozen worden van wie duidelijk is dat ze geschikt zijn.'

4.3.16 – Handoplegging

0
'Dienaren wijden door handoplegging was bij de apostelen altijd gebruikelijk. Dat zij zich daar zo zorgvuldig aan hielden, moeten wij daarom als een gebod beschouwen.'