4.3.3 – Mensen spreken namens God

0
'God kon de taak van de apostelen niet schitterender versieren dan door te zeggen: "Wie jullie hoort, hoort Mij. Wie jullie afwijst, wijst Mij af."'

4.3.16 – Handoplegging

0
'Dienaren wijden door handoplegging was bij de apostelen altijd gebruikelijk. Dat zij zich daar zo zorgvuldig aan hielden, moeten wij daarom als een gebod beschouwen.'

4.3.1 – God gebruikt mensen om de kerk te regeren

0
'God woont niet zichtbaar aanwezig onder ons om zelf in eigen persoon mondeling te verklaren wat Hij wil. Hij gebruikt daarvoor de dienst van mensen, net zoals ook een ambachtsman gereedschap gebruikt om zijn werk te maken.'

4.3.15 – De rol van de gemeente

0
'Volgens Gods Woord wordt een dienaar wettig geroepen als met instemming en goedkeuring van het volk diegenen gekozen worden van wie duidelijk is dat ze geschikt zijn.'

4.3.12 – Wie moeten er uitgekozen worden als dienaren en hoe moet dat gebeuren?

0
'Er mogen alleen opzieners gekozen worden die gezond zijn qua leer en heilig qua levensstijl. Ze mogen niet bekend staan om een gebrek dat hun gezag zou ondermijnen en hun bediening te schande zou maken.'

4.3.11 – Uiterlijke en innerlijke roeping

1
'Innerlijke roeping is een goed getuigenis in ons hart dat wij de aangeboden taak niet aannemen uit eerzucht en evenmin uit hebzucht of welke andere slechte begeerte ook, maar alleen omdat we God oprecht vrezen en graag de kerk willen opbouwen.'

4.3.7 – Herders zijn gebonden aan hun eigen kerk

0
'Om in de kerk de vrede te bewaren is het nodig dat aan elke herder wordt voorgeschreven wat hem te doen staat.'

4.3.10 – Roeping en antwoord

0
'Een echte dienaar van de kerk moet in de eerste plaats wettig geroepen zijn. En in de tweede plaats moet hij aan zijn roeping beantwoorden: hij moet zijn taak op zich nemen en uitvoeren.'

4.3.5 – Twee paren: apostelen en herders, profeten en leraren

0
'Herders hebben dezelfde taak als de apostelen, behalve dan dat zij ieder hun eigen specifieke kerk toegewezen hebben gekregen om die te regeren.'

4.3.13 – God zelf koos de apostelen uit

0
'Het apostelschap was een buitengewone bediening. Daarom moesten degenen die die bediening zouden vervullen, geroepen en aangesteld worden door de stem van de Heer zelf.'