4.19.27 – Oorsprong van de tonsuur

0
'Sacramenten bevatten een belofte van God. Daarom mogen ze niet door engelen of mensen, maar alleen door God ingesteld worden. Want alleen Hij heeft het recht om een belofte te doen.'

4.19.18 – Derde vals sacrament: het zogenaamde laatste oliesel

0
'Het laatste oliesel is een huichelachtig toneelstukje waarmee de roomsen zinloos en vruchteloos de apostelen willen na-apen.'

4.19.17 – De doop is het sacrament van de boete

0
'Je kunt de doop heel geschikt een sacrament van boete noemen. Want wie boete wil doen, heeft de doop gekregen als bevestiging van de genade en als zegel van betrouwbaarheid.'

4.19.33 – Subdiakenen

0
'Er is alleen een sacrament van God waar een ritueel te zien is waar een belofte mee verbonden is. Of beter, waar in het ritueel een belofte te zien is.'

4.19.35 – Het huwelijk tussen Christus en de kerk

0
'Natuurlijk is het echt een groot mysterie dat Christus een rib van zich heeft laten afnemen, zodat wij daaruit gemaakt zouden worden.'

4.19.4 – Eerste vals sacrament: het vormsel

0
'Vroeger onderzocht de bisschop jongvolwassenen volgens de inhoud van de catechismus die toen algemeen gebruikt werd. Daarbij werd ook het ritueel van handoplegging gebruikt. Als een dergelijke handoplegging simpelweg gebeurt als zegen, keur ik dat goed.'

4.19.32 – Diakenen

0
'Wat hebben de diakenen uit de tijd van apostelen gemeen met de diakenen die de roomsen aanstellen? Ze stellen hen alleen aan voor hun toneelspelletjes.'

4.19.11 – Domme argumenten

0
'In vergelijking met het doopwater vind ik de olie van de roomsen, of het nu bij de doop is of bij het vormsel, nog minder waard dan modder.'

4.19.13 – Catechisatie en openbare geloofsbelijdenis

0
'Bij de beste manier van catechisatie zou er tegenwoordig grote eensgezindheid van geloof zijn zonder het christenvolk en de onkunde en onwetendheid van velen zou niet zo groot zijn. En sommigen zouden niet zo gemakkelijk worden meegesleurd door nieuw en vreemde dogma's.'

4.19.34 – Vijfde vals sacrament: het huwelijk

0
'Telkens als je een herder tegenkomt met zijn kudde is het goed om te denken aan deze woorden: 'Ik ben de goede herder.' Maar als iemand zo'n gelijkenis als sacrament zou willen beschouwen, zou hij zich toch moeten laten genezen van zijn krankzinnigheid.'