4.15.1 – De betekenis van de doop

0
'De Heer presenteert ons de doop als teken en bewijs van onze reiniging. Of - om beter uit te leggen wat ik bedoel - als een verzegeld document waarmee Hij ons wil verzekeren dat al onze zonden weggedaan, doorgestreept en uitgewist zijn.'

4.15.2 – De doop als teken van reiniging van zonden

0
'De doop belooft ons geen andere reiniging dan door de besprenkeling met het bloed van Christus.'

4.15.3 – De reiniging van de doop geldt voor heel ons leven

0
'Op welk moment we ook gedoopt worden, we worden voor eens en voor altijd gewassen en gereinigd voor heel ons leven.'

4.15.4 – Doop, berouw en boete

0
'Niet tevreden met de zuivere instelling van God, hebben de mensen nieuwe zelfverzonnen hulpmiddelen ingevoerd. Alsof de doop niet zelf het sacrament van de boete is!'

4.15.5 – De doop als teken van dood en opstanding

0
'De doop laat ons zien dat we in Christus gestorven zijn en in Hem een nieuw leven hebben.'

4.15.6 – De doop als teken van vereniging met Christus

0
'De doop levert voor ons geloof een betrouwbaar getuigenis op dat we zo één zijn met Christus zelf dat we deel hebben aan al zijn zegeningen.'

4.15.7 – De doop van Johannes de Doper en vergeving van zonden

0
'Als de leer dezelfde is, blijkt daaruit dat de doop dezelfde is. Johannes de Doper en de apostelen stemden overeen in dezelfde leer.'

4.15.8 – De doop van Johannes de Doper en de Heilige Geest

0
'De doop die de apostelen bedienden toen Christus nog op aarde was, werd Christus' doop genoemd. Toch had die doop een royalere gaven van de Geest dan de doop van Johannes de Doper.'

4.15.9 – De doop in het Oude Testament

0
'De Heer belooft ons in de doop en bewijst ons door het teken dat Hij geeft, dat wij door zijn kracht weggevoerd en verlost zijn uit de gevangenschap van Egypte: de slavernij van de zonde. En dat onze farao - de duivel - verdronken is.'

4.15.10 – De doop en de erfzonde

0
'De gelovigen krijgen door de doop de zekerheid dat de veroordeling van hen is weggerukt. De gelovigen krijgen ook rechtvaardigheid in handen. Door zijn barmhartigheid beschouwt de Heer hen als rechtvaardig en onschuldig.'