4.11.11 – De wereldlijke macht van de paus
'De paus van Rome heeft, niet tevreden met middelmatige provincies, eerst zijn hand gelegd op koninkrijken en daarna zelfs op het keizerrijk. Hij heeft die enkel door diefstal in handen gekregen.'
4.11.12 – De schenking van Constantijn de Grote
'De roomsen liegen kinderachtig als ze hun paus een aardse regeermacht proberen toe te kennen.'
4.11.13 – Het begin van de wereldlijke macht van de paus
'Het is nog geen vijfhonderd jaar geleden dat de pausen nog onderworpen waren aan de vorsten en er geen paus gekozen werd buiten het gezag van de keizer om.'
4.11.14 – Het standpunt van Gregorius de Grote over wereldlijke claims door geestelijken
'Het is volstrekt helder dat de pausen allesbehalve de eer van Christus zoeken. Want als ze alle wereldse macht ui eigen beweging volledig zouden opgeven, loopt Gods eer of de gezonde leer of het welzijn van de kerk geen enkel gevaar.'
4.11.15 – Immuniteit voor roomse geestelijken
'De oude bisschoppen waren van mening dat het hen en hun orde niet schaadde als zij aan de wetten onderworpen waren. Bovendien hebben de vrome keizers steeds als dat nodig was geestelijken voor hun rechtbank gedaagd. En niemand verzette zich daartegen.'
4.11.16 – Geestelijken moeten zich onderwerpen aan de wereldlijke overheid
'De kerk heeft niet de macht om te dwingen en moet die macht ook niet willen hebben. Ik heb het dan over burgerlijke dwang. Daarom is het de taak van vrome koningen en vorsten om door wetten, besluiten en rechterlijke uitspraken de godsdienst overeind te houden.'
















