4.11.5 – Door het Woord, zonder geweld
'De strengste straf van de kerk en als het ware de laatste bliksem is de ban. En daar is geen kracht of geweld voor nodig. De kracht van Gods Woord is daarvoor genoeg.'
4.11.7 – Bederf van de kerkelijke rechtspraak
'Uit het ene kwaad ontstaat altijd een volgend kwaad.'
4.11.8 – De zwaardmacht van de roomse kerk
'De taak van een herder is anders dan de taak van een vorst. Die dingen zijn zo verschillend dat ze niet in één persoon kunnen samenvallen.'
4.11.6 – Door een raad van ouderlingen
'Er waren in de oude kerk twee soorten ouderlingen. Sommigen waren aangesteld om te onderwijzen en anderen alleen om toezicht te houden op de levenswandel.'
4.11.10 – Het toe-eigenen van de zwaardmacht
'De vorsten hebben uit eigen beweging de rechtspraak aan de bisschoppen gegeven. De bisschoppen hebben deze goedheid van de vorsten misbruikt voor hun eigen voordeel. Alleen al door dat ene voorbeeld hebben ze voldoende bewezen dat ze helemaal geen bisschoppen zijn.'
4.11.11 – De wereldlijke macht van de paus
'De paus van Rome heeft, niet tevreden met middelmatige provincies, eerst zijn hand gelegd op koninkrijken en daarna zelfs op het keizerrijk. Hij heeft die enkel door diefstal in handen gekregen.'
4.11.2 – De sleutelmacht en de tucht
'Niemand mag het oordeel van de kerk koppig negeren. Daarom verklaart de Heer dat zo'n oordeel een afkondiging is van zijn eigen rechtspraak. Zo'n oordeel blijft geldig in de hemel!'
4.11.3 – Kerkelijke en burgerlijke rechtspraak
'Er is een heel verschil tussen de kerk en de overheid. De kerk claimt niets voor zichzelf dat hoort bij de overheid. En de overheid kan niet uitvoeren wat de kerk moet doen.'
4.11.4 – De kerk kan niet zonder geestelijke rechtspraak
'Een vrome overheid zal voor zichzelf geen uitzondering maken en zich niet onttrekken aan de algemene gehoorzaamheid van Gods kinderen. En het belangrijkste onderdeel daarvan is dat je je onderwerpt aan de kerk die oordeelt volgens Gods Woord.'
4.11.12 – De schenking van Constantijn de Grote
'De roomsen liegen kinderachtig als ze hun paus een aardse regeermacht proberen toe te kennen.'




















