4.11.12 – De schenking van Constantijn de Grote

0
'De roomsen liegen kinderachtig als ze hun paus een aardse regeermacht proberen toe te kennen.'

4.11.11 – De wereldlijke macht van de paus

0
'De paus van Rome heeft, niet tevreden met middelmatige provincies, eerst zijn hand gelegd op koninkrijken en daarna zelfs op het keizerrijk. Hij heeft die enkel door diefstal in handen gekregen.'

4.11.2 – De sleutelmacht en de tucht

0
'Niemand mag het oordeel van de kerk koppig negeren. Daarom verklaart de Heer dat zo'n oordeel een afkondiging is van zijn eigen rechtspraak. Zo'n oordeel blijft geldig in de hemel!'

4.11.7 – Bederf van de kerkelijke rechtspraak

0
'Uit het ene kwaad ontstaat altijd een volgend kwaad.'

4.11.13 – Het begin van de wereldlijke macht van de paus

0
'Het is nog geen vijfhonderd jaar geleden dat de pausen nog onderworpen waren aan de vorsten en er geen paus gekozen werd buiten het gezag van de keizer om.'

4.11.3 – Kerkelijke en burgerlijke rechtspraak

0
'Er is een heel verschil tussen de kerk en de overheid. De kerk claimt niets voor zichzelf dat hoort bij de overheid. En de overheid kan niet uitvoeren wat de kerk moet doen.'

4.11.6 – Door een raad van ouderlingen

0
'Er waren in de oude kerk twee soorten ouderlingen. Sommigen waren aangesteld om te onderwijzen en anderen alleen om toezicht te houden op de levenswandel.'

4.11.1 – De sleutelmacht en de prediking

0
'De macht van de rechtspraak is niets anders dan een orde die is ingesteld om de geestelijke regering te bewaren. Voor dat doel zijn er in de kerken van het begin rechtbanken ingesteld om de levenswandel te beoordelen, fouten te bestraffen en de sleuteltaak te bedienen.'

4.11.16 – Geestelijken moeten zich onderwerpen aan de wereldlijke overheid

0
'De kerk heeft niet de macht om te dwingen en moet die macht ook niet willen hebben. Ik heb het dan over burgerlijke dwang. Daarom is het de taak van vrome koningen en vorsten om door wetten, besluiten en rechterlijke uitspraken de godsdienst overeind te houden.'

4.11.15 – Immuniteit voor roomse geestelijken

0
'De oude bisschoppen waren van mening dat het hen en hun orde niet schaadde als zij aan de wetten onderworpen waren. Bovendien hebben de vrome keizers steeds als dat nodig was geestelijken voor hun rechtbank gedaagd. En niemand verzette zich daartegen.'