Home Boek 3 – Het delen in de genade van Christus 3.14 – Goede daden en onze rechtvaardiging

3.14 – Goede daden en onze rechtvaardiging

Hoe begint de rechtvaardiging en hoe gaat de rechtvaardiging continu verder?

3.14.1 – Vier categorieën mensen

Laten we, om dit onderwerp nog duidelijker te maken, onderzoeken hoe rechtvaardig de mens tijdens heel zijn levensloop kan zijn. Laten we daarvoor een...

3.14.2 – Ook ongelovigen krijgen goede eigenschappen van God

Om te beginnen ontken ik niet dat alle uitstekende gaven die in ongelovigen en afgodendienaars tevoorschijn komen, geschenken van God zijn. Ik wijk ook...

3.14.3 – Goed gedrag zonder geloof is zonde

Toch is het ook waar wat Augustinus schrijft: ieder die van het dienen van de enige God vervreemd is, verdient geen beloning, maar juist...

3.14.4 – Zonder Christus is alles wat een mens doet te veroordelen

Bovendien zegt Johannes dat er geen leven is buiten de Zoon van God.1 Als dat waar is, gaan wie geen deel hebben aan Christus,...

3.14.5 – God moet ons eerst opnieuw geboren laten worden voor we iets goeds kunnen doen

Maar het bewijs zal nog overtuigender blijken als we tegenover de natuurlijke toestand van de mens Gods genade plaatsen. Want overal roept de Schrift...

3.14.6 – De mens kan zelf niets bijdragen aan zijn rechtvaardiging

Steeds weer komt bij mij dezelfde gedachte op: loop ik niet het gevaar dat ik Gods barmhartigheid onrecht doe doordat ik zo angstvallig mijn...

3.14.7 – Het draait om een rein hart

Dit geldt ook voor de tweede en de derde categorie mensen uit de hierboven genoemde indeling. Want de onzuiverheid van hun geweten bewijst dat...

3.14.8 – Je daden zijn voor God pas acceptabel als Hij eerst jouzelf aangenomen heeft

Dezelfde kwestie behandelt de Heer schitterend bij Jesaja. Hij zegt: ‘Breng Mij niet tevergeefs offers. Het reukwerk vind Ik weerzinwekkend. Jullie nieuwe maanden en...

3.14.9 – Ook van ware gelovigen is geen enkele daad volmaakt

Laten we nu kijken wat voor rechtvaardigheid de mensen uit de vierde categorie hebben. Ik geef toe: als God ons met zich verzoent doordat...

3.14.10 – Eén zonde is genoeg om alle goede daden teniet te doen

In de tweede plaats, ook al zou het mogelijk zijn dat wij enkele volledige zuivere en volmaakte daden verrichten, dan nog is één zonde...