3.23.2 – Eerste bezwaar: is God niet onrechtvaardig?
'God is de hoogste norm voor rechtvaardigheid.
Dat geldt zo sterk, dat we alles wat Hij wil als rechtvaardig moeten beschouwen, juist omdat Hij het wil.'
3.23.7 – God heeft ook de zondeval voorbestemd
'Zoals het bij Gods wijsheid hoort om van tevoren alles te weten wat er zal gebeuren, zo hoort het bij zijn macht om door zijn hand alles te regeren en te besturen.'
3.23.1 – Geen uitverkiezing zonder verwerping
'Als de uitverkiezing niet tegenover de verwerping staat, blijft er van de uitverkiezing zelf ook niets over.'
3.23.6 – Tweede bezwaar: zijn mensen nog wel zelf verantwoordelijk?
'De reden dat God de toekomstige dingen van tevoren ziet, is juist dat Hij besloten heeft dat ze zo zouden gebeuren.'
3.23.8 – Er is bij God geen verschil tussen willen en toelaten
'Welke reden kunnen we geven waarom God iets toelaat? Toch alleen dat Hij het zo wil?'
3.23.9 – Verworpenen zijn zelf verantwoordelijk voor hun verwerping
'De verworpenen sluiten hun ogen voor het bederf van hun eigen natuur, terwijl hun veroordeling dáár het gevolg van is. Dit bederf kunnen ze God niet aanrekenen, omdat Hij van zijn schepping verklaart dat die goed is.'
3.23.14 – Wij weten niet wie wel of niet uitverkoren is
'Stel dat iemand zegt dat degenen die luisteren niet zullen geloven omdat ze verworpen zijn. Dat zou een vervloeking zijn, geen onderwijs!'
3.23.10 – Derde bezwaar: trekt God geen mensen voor?
'Als God de ene mens uitkiest en de ander verwerpt, komt dat niet doordat Hij naar de mens kijkt. Nee, het komt alleen door zijn barmhartigheid. En die moet vrij zijn om zichzelf te laten zien en te openbaren, waar en zo vaak Hij maar wil.'
3.23.12 – Vierde bezwaar: maakt het nog wel uit hoe je leeft?
'Als een heilig leven het doel is van de uitverkiezing, moet die ons juist opwekken en aanzetten tot een enthousiast nadenken over die heiligheid. Dan kunnen we die juist niet gebruiken als excuus voor laksheid.'
3.23.3 – Dat de verworpenen verworpen worden, is hun eigen schuld
'Wij zijn allemaal bedorven door de zonde. Daarom kan het niet anders of we zijn weerzinwekkend voor God. Ieder die de Heer bestemt voor de dood, verdient het dus door zijn natuurlijke toestand om ter dood veroordeeld te worden.'




















