3.22.10 – Algemene roeping en uitverkiezing zijn niet met elkaar in tegenspraak

0
'Het Woord van het evangelie is weliswaar algemeen gericht tot iedereen. Maar toch wordt de gave van geloof slechts aan enkelen geschonken.'

3.22.1 – Geen uitverkiezing op basis van voorkennis

0
'God heeft altijd de vrijheid gehad om zijn genade te geven aan wie Hij maar wil.'

3.22.8 – De kerkvaders over de uitverkiezing

0
'God laat zich om geen enkele andere reden ertoe zetten om barmhartig te zijn, dan omdat Hij barmhartig wil zijn.'

3.22.4 – Paulus over Jacob en Esau

0
'Stel dat Jacob uitgekozen was omdat hij dat door zijn toekomstige goede eigenschappen verdiend had. Waarom zou Paulus dan zeggen dat hij nog niet geboren was? Dan zou het ook dom zijn om eraan toe te voegen dat hij nog niets goeds gedaan had.'

3.22.3 – Goede daden geen oorzaak, maar gevolg van de uitverkiezing

0
'Je kunt veilig zo redeneren: als God ons uitgekozen heeft zodat we heilig zouden zijn, dan heeft Hij ons niet uitgekozen omdat Hij vooraf zag dat we dat zouden zijn.'

3.22.7 – Christus zelf over de uitverkiezing

0
'Christus zal niet toelaten dat er van degenen die Hij eenmaal in zijn lichaam heeft ingelijfd, iemand verloren gaat.'

3.22.9 – Thomas van Aquino over de uitverkiezing

0
'Als je Gods uitverkiezing toeschrijft aan verdiensten, ben je wijzer dan je hoort te zijn.'

3.22.6 – Jacob werd uitgekozen voor eeuwig leven

0
'Met het woord "voorkennis" geeft Paulus aan dat er twee volken zijn. Het ene bestaat uit heel het nageslacht van Abraham. En het andere is daaruit apart gezet en wordt bewaard onder Gods ogen, verborgen voor het zicht van mensen.'

3.22.11 – Ook verwerping alleen omdat God het wil

0
'We kunnen geen andere reden aanwijzen waarom God de zijnen barmhartigheid waard keurt dan dat het Hem behaagt. En daarom kunnen we voor de verwerping van anderen ook geen andere reden vinden dan zijn wil.'

3.22.2 – Paulus’ argumentatie stap voor stap

0
'Paulus zegt dat de uitverkorenen zijn uitgekozen om heilig te zijn. Dat weerlegt duidelijk de dwaling die de uitverkiezing afleidt uit Gods voorkennis. Want elke goede eigenschap die in mensen aan het licht komt, is een gevolg van de uitverkiezing.'