3.2.1 – Geloof moet gericht zijn op Christus

0
'We moeten Gods barmhartigheid met een vast geloof omhelzen en daar met een onwankelbare hoop op vertrouwen.'

3.2.2 – Een ‘impliciet’ geloof is geen geloof

0
'We worden gered als we erkennen dat God onze genadige Vader is, dankzij de verzoening die Christus tot stand gebracht heeft, en dat Christus ons gegeven is als rechtvaardigheid, heiliging en leven.'

3.2.3 – Je moet zelf geloven en zelf weten wat je gelooft

0
'Geloof bestaat uit het kennen van God en Christus, niet uit eerbied voor de kerk.'

3.2.4 – Ons geloof is altijd beperkt

0
'Bij iedereen is geloof altijd vermengd met ongeloof.'

3.2.5 – Voorbereidend geloof

0
'Paulus veroordeelt streng wie altijd leert, maar nooit de waarheid leert kennen. Dan verdien je toch nog veel meer schande als je opzettelijk je best doet om niets te weten?'

3.2.6 – Geloof is onlosmakelijk verbonden met het Woord

0
'Geloof kan net zomin losgemaakt worden van het Woord als de stralen van de zon. Want dat is hun bron.'

3.2.7 – Geloof richt zich op Gods goedheid

0
'Geloof is een vast en zeker weten dat God ons goed wil doen.'

3.2.8 – Geen onderscheid tussen ‘gevormd’ en ‘ongevormd’ geloof

0
'We kunnen Christus met ons geloof ongetwijfeld nooit kennen zoals het hoort, zonder dat we in ons geloof tegelijk ook de heiliging van de Geest aannemen.'

3.2.9 – Het woord ‘geloof’ heeft verschillende betekenissen

0
'Sommige mensen beschouwen Gods Woord als een zeer betrouwbare openbaring van God en ze negeren zijn bevelen niet volledig. Van zulke mensen verklaart de Schrift dat ze geloven, maar niet in eigenlijke zin.'

3.2.10 – Schijngeloof wordt soms ook ‘geloof’ genoemd

0
'Het menselijk hart heeft zoveel schuilhoeken vol ijdelheid, zoveel geheime plekjes vol leugen, het is zo bezaaid met bedrog en huichelarij, dat het vaak zichzelf voor de gek houdt.'