3.15.1 – Onze daden kunnen ons niet rechtvaardigen

0
'Een mens wordt alleen gerechtvaardigd op basis van zijn daden als hij het toppunt van volmaaktheid bereikt heeft. Hij mag van geen enkele, zelfs niet de kleinste, overtreding beschuldigd kunnen worden.'

3.15.2 – Het woord ‘verdienste’ is gevaarlijk

0
'Het woord "verdienste" is een heel hoogmoedig woord en daarom kan het Gods genade natuurlijk alleen maar verduisteren en de mensen vervullen met een verkeerde hoogmoed.'

3.15.3 – Dat God onze goede daden beloont, is enkel genade

0
'Er is geen twijfel aan dat alles wat er in onze daden prijzenswaard is, Gods genade is. Er is geen druppel die we aan onszelf kunnen toeschrijven.'

3.15.4 – De sofisten misbruiken Jezus Sirach en Hebreeën

0
'Omdat God in zijn welwillendheid onze daden niet onderzoekt volgens zijn hoogste recht, neemt Hij ze aan alsof ze zuiver waren. Ook al verdienen ze het niet, toch beloont Hij ze met ontelbare goede gaven, zowel in het tegenwoordige als in het toekomstige leven.'

3.15.5 – Christus is het enige fundament

0
'In Christus hebben we alles, maar in onszelf niets.'

3.15.6 – De sofisten beroven Christus van zijn macht en eer

0
'Zodra je door geloof in Christus bent ingelijfd, ben je al een kind van God en een erfgenaam van de hemel. Dan deel je al in de rechtvaardigheid en bezit je al het leven.'

3.15.7 – De dwalingen van Lombardus

0
'Er komt niets goeds uit ons voort, behalve voor zover we opnieuw geboren zijn. En onze nieuwe geboorte komt volledig van God. Daarom is er geen reden om in onze goede daden ook maar een greintje aan onszelf toe te schrijven.'

3.15.8 – Vermaning en troost

0
'Allen die uit God zijn, worden opnieuw geboren en worden een nieuw schepsel, zodat ze uit het rijk van de zonde overgaan naar het rijk van rechtvaardigheid. Door dit bewijs bevestigen ze hun roeping. Net als bomen worden ze beoordeeld op basis van hun vruchten.'