3.13.1 – God moet alle eer krijgen voor onze rechtvaardiging
'Bij de gratis rechtvaardiging moeten we vooral op twee dingen letten: dat de eer van de Heer onaangetast blijft en dat ons geweten kalme vrede en ongestoorde rust heeft onder zijn oordeel.'
3.13.2 – Wie waarde toekent aan zijn eigen rechtvaardigheid, doet God tekort
'Een mens kan zich geen greintje rechtvaardigheid toe-eigenen zonder heiligschennis. Want zoveel rechtvaardigheid als je jezelf toe-eigent, zoveel wordt er dan afgeplukt en afgerukt van de eer van Gods rechtvaardigheid.'
3.13.3 – Zekerheid en rust zijn alleen mogelijk als we zelf niets hoeven te verdienen
'Met het behandelen van rechtvaardigheid schieten we niets op als we geen rechtvaardigheid vaststellen die zo onwankelbaar is dat onze ziel er in Gods oordeel door gesteund wordt.'
3.13.4 – Als we zelf iets moeten verdienen, zijn Gods beloften voor ons waardeloos
'Christus brengt alle stormen in ons geweten tot bedaren. Als iemand vraagt op welke manier Hij dat doet, dan moeten we terechtkomen bij het offer waardoor God verzoend is.'
3.13.5 – Alleen de rechtvaardiging door geloof alleen geeft zekerheid
'Geloof is enkel iets passiefs. We nemen in ons geloof niets van onszelf mee om Gods genade te verdienen, maar krijgen van Christus alles wat ons ontbreekt.'















