2.5.1 – Onvermijdelijkheid en vrijwilligheid sluiten elkaar niet uit

0
'Dat zonde niet onvermijdelijk is omdat zonde vrijwillig is, is gewoon fout. Want het is verkeerd om zo van "vrijwillig" over te springen op "vrij". We doen dingen vrijwillig zonder dat er ook vrij voor kiezen.'

2.5.2 – Inderdaad is er geen ruimte om zelf iets te verdienen

0
'Wat maakt het uit of we zondigen uit een vrije of uit een slaafse keuze? We zondigen toch omdat we dat zelf willen. En het beste bewijs dat de mens zondaar is, is toch dat hij slaaf is van de zonde?'

2.5.3 – Het komt door de uitverkiezing dat niet alle mensen slecht blijven

0
'Van nature lijden we allemaal aan dezelfde ziekte. Maar gezond worden alleen zij aan wie de Heer zijn genezende hand wil toesteken. In zijn rechtvaardig oordeel passeert Hij de rest.'

2.5.4 – Vermaningen zijn niet nutteloos, ook al kunnen we uit onszelf niet gehoorzamen

0
'Christus verklaart dat we zonder Hem niets kunnen. Is dat voor Christus reden om de mensen die zonder Hem kwaad deden minder te berispen of te bestraffen?'

2.5.5 – Het nut van vermaningen

0
'God werkt op twee manieren in zijn uitverkorenen. Vanbinnen door de Geest en vanbuiten door het Woord.'

2.5.6 – Gods geboden zijn geen bewijs voor waar wij toe in staat zijn

0
'Gods wet gaat ons kunnen ver te boven, om ons te laten zien hoe zwak we zijn.'

2.5.7 – Gods geboden leren ons hoe zwak we zijn

0
'We mogen niet vasthouden aan het idee dat onze vermogens en de geboden van de wet op elkaar afgestemd zouden zijn. Alsof de Heer de maatstaf van de rechtvaardigheid, die HIj in zijn wet geeft, aangepast zou hebben aan onze zwakheid!'

2.5.8 – Drie categorieën van geboden

0
'Overal eist God een nieuw hart. Maar ergens anders verklaart Hij dat Hij dat zelf geeft.'

2.5.9 – De wet eist meer van ons dan we kunnen

0
'Het is tevergeefs als je, op grond van het feit dat God ons gebiedt om te de wet te gehoorzamen, in ons zoekt naar het vermogen om de wet te vervullen. Want het staat vast dat voor het vervullen van Gods geboden de genade van de wetgever onmisbaar is.'

2.5.10 – Gods beloften dienen ongeveer hetzelfde doel als zijn geboden

0
'Ik ontken dat God een onmenselijk spelletje met ons speelt als Hij ons uitnodigt zijn zegeningen te verdienen, terwijl Hij weet dat we daartoe totaal niet in staat zijn.'