2.4.1 – Mensen geven zich vrijwillig over aan Satan

0
'Dat de wil van de natuurlijke mens onderworpen is aan het gezag van de duivel wil niet zeggen dat de wil tegen zijn zin gedwongen wordt. Nee, de satan betovert de wil met zijn goocheltrucs en dan is de wil onvermijdelijk bereid om alle leiding van de satan te gehoorzamen.'

2.4.2 – In elke slechte daad zijn God, Satan en de mens alle drie aan het werk

0
'Het is niet absurd om één en dezelfde daad toe te schrijven aan God, de satan en de mens. Maar omdat er verschil is in het doel en in de manier waarop, schittert Gods rechtvaardigheid onberispelijk, terwijl de slechtheid van de satan en de mens openbaar worden tot hun schande.'

2.4.3 – God verblindt en verhardt de goddelozen

0
'We lopen geen enkel risico als we gewoon vasthouden aan wat de Schrift leert.'

2.4.4 – Voorbeelden uit de Schrift dat God mensen verblindt en verhardt

0
'Heeft God het hart van de farao verhard omdat Hij het niet verzacht heeft? Dat is waar. Maar God heeft meer gedaan dan dat. Hij heeft het hart van de farao overgegeven aan de satan, zodat die het stijf kon maken van koppigheid.'

2.4.5 – Bewijs uit de Schrift dat God Satan gebruikt voor zijn doel

0
'De Heer heeft de slechte instrumenten in zijn macht. Hij kan hen sturen waarheen Hij maar wil en Hij zorgt ervoor dat ze hun rechtvaardigheid dienen. Maar zij zijn slecht en daarom brengen ze ook inderdaad de misdaden voort die hun bedorven aard met zich meebrengt.'

2.4.6 – Ook in de ondergeschikte dingen werkt God in de mens

0
'Als we met ons beperkte verstand bedenken hoe de zichtbare dingen bestuurd worden, zullen we er niet aan twijfelen dat de mens zelf kan kiezen. Maar die keus zelf is onderworpen aan wat God specifiek in de mens bewerkt.'

2.4.7 – De wil van de mens is niet alleen in bijzondere gevallen aan God onderworpen

0
'Telkens als God de weg wil banen voor zijn voorzienigheid, buigt en keert Hij de wil van de mensen, ook in uiterlijke dingen. Hun keus is niet zo vrij dat Gods wil niet over de vrijheid zou regeren.'

2.4.8 – De onvrijheid van de wil zegt alleen iets over de mogelijkheid om vrij te kiezen

0
'Als we de vrijheid van de wil behandelen, is de vraag niet of de mens alles wat hij bedacht heeft, kan uitvoeren, ondanks de hindernissen die er buiten hemzelf bestaan. De vraag is of hij in alle denkbare gevallen vrij kan kiezen wat hij goed vindt wat hij wil.'