2.14.1 – Twee naturen, één persoon

0
'Christus' God zijn is zo met zijn mens zijn verbonden en verenigd, dat die beide naturen elk hun eigen kenmerken behouden. En toch vormen die twee samen één Christus.'

2.14.2 – Het onderscheid tussen beide naturen

0
'Er wordt verteld dat Christus opgroeide, dat Hij niet wist wanneer de laatste dag komt en dat Hij niet deed wat Hij zelf wilde. Als die dingen horen bij zijn mens zijn. Immers, voor zover Hij God is, kan Hij nergens in groeien, doet Hij alles omwille van zichzelf en is er niets voor Hem verborgen.'

2.14.3 – De eenheid van beide naturen

0
'Als wij eenmaal delen in de hemelse glorie en daarom zelf God zien zoals Hij is, dan is Christus klaar met de taak van middelaar. Dan treeft Hij niet langer op namens de Vader en neemt Hij weer genoegen met de glorie die Hij vóór de schepping van de wereld had.'

2.14.4 – De twee naturen zijn ongedeeld en onvermengd

0
'Je mag de twee naturen van Christus niet uit elkaar trekken en evenmin met elkaar vermengen.'

2.14.5 – De dwaling van Servet

0
'Christus wordt beschouwd als Gods Zoon omdat Hij als het Woord voor het begin van de tijd uit de Vader is voortgekomen en de menselijke natuur heeft aangenomen door een hypostatische vereniging.'

2.14.6 – Gods Zoon en mensenzoon

0
'Dat Christus Gods Zoon genoemd wordt, moet je betrekken op zijn goddelijke natuur. En zo moet je het ook op zijn menselijke natuur laten slaan dat Hij een mensenzoon genoemd wordt.'

2.14.7 – Christus was altijd al Gods Zoon

0
'God de Vader zou niet vanaf het begin Vader genoemd zijn als er niet toen al een wederzijdse relatie was met de Zoon.'

2.14.8 – De kern van Servets dwaling

0
'Niemand kan onze verlosser zijn, behalve wie geboren is als nakomeling van Abraham en van David en wat het vlees betreft echt mens geworden is.'