Institutie Boek 2 – God als verlosser in Christus 2.2 – De onvrijheid van de wil

2.2 – De onvrijheid van de wil

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

2.2.1 – Twee klippen die omzeild moeten worden

We hebben nu gezien dat de zonde de eerste mens tot haar slaaf gemaakt heeft en sindsdien niet alleen het menselijk geslacht als geheel...

2.2.2 – Volgens de filosofen volgt de wil het verstand of de zinnen

Ik heb kort hiervóór gezegd dat de vermogens van de ziel in het verstand en in het hart liggen. Daarom moeten we nu nagaan...

2.2.3 – Volgens de filosofen is de wil vrij om te kiezen

Weliswaar ontkennen de filosofen soms niet dat het voor de mens heel moeilijk is het verstand in zich te laten regeren. Ongetwijfeld heeft hun...

2.2.4 – De vrije wil volgens de kerkvaders

Onder de kerkelijke schrijvers was er niemand die niet erkende dat als het gevolg van de zonde het verstand in de mens zwaar gewond...

2.2.5 – Drie soorten wil en drie soorten vrijheid

Over het algemeen is het de gewoonte van de kerkvaders om onder het vrije plannen maken van de mens de dingen te plaatsen die...

2.2.6 – Werkende en meewerkende genade

Als we dit accepteren, staat het buiten kijf dat de vrije wil van de mens niet in staat is om goede daden te verrichten...

2.2.7 – De term ‘vrije wil’ leidt tot misverstanden en dwalingen

Op die manier zeg je dus niet dat de mens een vrije wil heeft omdat hij even vrij kan kiezen voor het goede als...

2.2.8 – Volgens Augustinus is onze wil niet vrij

Als we waarde hechten aan het gezag van de kerkvaders – zij nemen de term ‘vrije wil’ voortdurend in de mond. Maar tegelijk maken...

2.2.9 – Volgens de kerkvaders moeten we niet op onszelf vertrouwen

Het lijkt misschien dat ik een vooroordeel tegen mezelf opgeroepen heb doordat ik heb toegegeven dat alle kerkelijke schrijvers, op Augustinus na, zo dubbelzinnig...

2.2.10 – We moeten niet op onszelf vertrouwen, maar alleen op God

Ik ben echter gedwongen om hier eerst te herhalen wat ik aan het begin van dit hoofdstuk heb gezegd: hoe neerslachtiger en verslagener we...

2.2.11 – We moeten onze onmacht kennen om echt nederig te kunnen zijn

Een uitspraak van Chrysostomos is mij altijd enorm bevallen: de basis voor onze wijsheid is nederigheid.1 En dat geldt nog meer voor deze uitspraak...

2.2.12 – De natuurlijke gaven van de mens zijn bedorven, maar niet verdwenen

Er is nog een bekende uitspraak die is overgenomen van Augustinus die mij wel bevalt: door de zonde zijn de natuurlijke gaven in de...

2.2.13 – Het menselijk verstand biedt nog steeds inzicht in aardse dingen

Toch is niet alles wat het verstand probeert altijd alleen maar tevergeefs. Het verstand bereikt toch wel iets, vooral als het zich richt op...

2.2.14 – Het is een natuurlijke gave als je goed bent in een bepaald vak

Dan nu de kunsten, wetenschappen en ambachten. We zijn allemaal op een bepaalde manier in staat om die te leren. Daaruit blijkt hoe sterk...

2.2.15 – We moeten God dankbaar zijn voor de goede gaven die de mensen nog hebben

Telkens als we ons verdiepen in het werk van heidense schrijvers, zien we daarin het licht van de waarheid op een bewonderenswaardige manier schitteren....

2.2.16 – De natuurlijke gaven zijn op zichzelf vluchtig en vergankelijk

Maar we moeten ondertussen niet vergeten dat deze dingen geweldig goede gaven zijn van Gods Geest. Hij deelt die uit aan wie Hij wil,...

2.2.17 – Verschil in verstand laat Gods genade zien

Het komt er dus op neer dat we in heel het menselijk geslacht zien dat het verstand bij onze natuur hoort. Dat onderscheidt ons...

2.2.18 – De mens is er blind voor wie God is

Nu moet ik bespreken wat het menselijk verstand kan onderscheiden als het aankomt op Gods koninkrijk en op geestelijk inzicht. Dat geestelijk inzicht bestaat...

2.2.19 – Bewijs uit de Schrift dat de mens blind is voor wie God is

Maar wij zijn bedwelmd door een vals idee over ons inzicht. Dus laten we ons er maar heel moeilijk van overtuigen dat dat inzicht...

2.2.20 – Geestelijke dingen kunnen alleen begrepen worden dankzij de Geest

Er mag geen verschil van mening over bestaan dat aan onze natuur alles ontbreekt wat de hemelse Vader aan zijn uitverkorenen geeft door de...

2.2.21 – Je hebt niets aan Gods Woord zonder de Geest

Paulus pakt hier de mens dus zijn wijsheid af. En ergens anders kent hij die wijsheid toe aan God alleen. Hij zegt: ‘Laat de...

2.2.22 – De mens kent van nature het verschil tussen goed en kwaad

Nu resteert nog het derde onderdeel van het geestelijk inzicht: dat we de norm kennen waar we ons aan moeten houden als we ons...

2.2.23 – De mens is niet altijd blind voor zijn eigen zonden

Themistius1 heeft meer gelijk. Hij leert dat het verstand zich maar heel zelden vergist als het iets in het algemeen of objectief beschrijft. Maar...

2.2.24 – Het algemene besef van goed en kwaad is verre van perfect

Bovendien, als je hoort over een algemeen oordeel waarmee je onderscheid kunt maken tussen goed en kwaad, dan moet je niet denken dat dat...

2.2.25 – We moeten voortdurend geleid worden door de Heilige Geest

Zoals ik hierboven Plato bekritiseerd heb omdat hij alle zonden aan onwetendheid toeschreef, zo moet ik dus ook de mening afwijzen van hen die...

2.2.26 – De mens wil van nature graag dat het goed met hem gaat

Nu moeten we de wil onderzoeken. De vrijheid om beslissingen te nemen zit namelijk vooral in de wil. Want we hebben hiervóór gezien dat...

2.2.27 – De mens kan niet van nature het goede willen

Er zijn ook mensen die erkennen dat wij effectief kunnen willen omdat Gods genade eraan voorafgaat. Maar aan de andere kant lijken ze te...

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.