1.2.1 – God toont zich eerst als schepper
'De mensen hebben alles aan God te danken. Hij bewerkt voor hen al het goede en buiten Hem is er niets te vinden.'
1.2.2 – Kennen moet leiden tot vertrouwen en vrezen
'Dit is de ware en zuivere godsdienst: vertrouwen op God, gekoppeld aan een ernstige vrees voor Hem.'












