1.15.1 – We kunnen God niet de schuld geven van onze bedorven natuur

0
'De kennis van onszelf bestaat uit twee delen. We moeten weten hoe we oorspronkelijk geschapen zijn. En we moeten weten hoe we er sinds de val van Adam aan toe zijn.'

1.15.2 – De mens bestaat uit een ziel en een lichaam

0
'Er mag geen verschil van mening over bestaan dat de mens bestaat uit een ziel en een lichaam. Onder het woord "ziel" versta ik een onsterfelijk maar toch geschapen wezen. Het is het edelste deel van de mens.'

1.15.3 – De mens is geschapen naar Gods beeld

0
'De uitdrukking "beeld van God" geeft aan dat Adam nog onbedorven was. Hij had nog de beschikking over een juist inzicht. Hij hield zijn begeerten in bedwang met zijn verstand. Al zijn zinnen bleven ordelijk en bedaard. Uit al zijn gaven bleek hoe geweldig zijn maker werkelijk was.'

1.15.4 – Wat het beeld van God inhoudt, blijkt uit hoe wij vernieuwd worden

0
'Het beeld van God is de onbedorven natuur waardoor de mens uitblinkt. In Adam schitterde die natuur vóór de val. Daarna is die natuur bedorven en vrijwel vernietigd. Maar nu is het beeld weer gedeeltelijk te zien in de uitverkorenen, voor zover zij geestelijk opnieuw geboren zijn. In de hemel zal het pas weer volledig schitteren.'

1.15.5 – De ziel is geen stukje van Gods wezen

0
'Ook al staat in de ziel het beeld van God gegraveerd, toch moet voor ons vaststaan dat de zielen geschapen zijn. En scheppen is niet iets overgieten, alsof je wijn uit een vat overgiet in een fles. Het is iets laten beginnen uit niets.'

1.15.6 – De vermogens van de ziel volgens de filosofen

0
'Verbonden zijn met God is voor de mens het toppunt van geluk. En dus is het ook de belangrijkste taak van de ziel om dat na te streven.'

1.15.7 – De ziel bestaat uit het verstand en de wil

0
'De menselijke ziel bestaat uit twee delen: het verstand en de wil. De taak van het verstand is om onderscheid te maken tussen wat goed- en afgekeurd lijkt te moeten worden. De taak van de wil is om te kiezen voor wat volgens het verstand goed is en dat na te streven.'

1.15.8 – Vrijheid en verantwoordelijkheid

0
'Als hij had gewild, had Adam overeind kunnen blijven. Alleen door zijn eigen wil is hij gevallen. De keuze tussen goed en kwaad was voor hem een vrije keuze.'