1.1.1 – Kennis van onszelf leidt tot kennis van God

0
'Vrijwel heel onze wijsheid bestaat maar uit twee delen: kennis van God en kennis van onszelf.'

1.1.2 – Kennis van onszelf kan niet zonder kennis van God

0
'Zolang we niet verder kijken dan de aard, zijn we heel tevreden met onze rechtvaardigheid, wijsheid en kracht. Totdat we onze gedachten op God gaan richten.'

1.1.3 – Voorbeelden van de nietigheid van de mens tegenover Gods majesteit

0
'Mensen raken pas goed overtuigd van hun onbeduidendheid als ze zichzelf vergelijken met Gods majesteit.'

1.2.1 – God toont zich eerst als schepper

0
'De mensen hebben alles aan God te danken. Hij bewerkt voor hen al het goede en buiten Hem is er niets te vinden.'

1.2.2 – Kennen moet leiden tot vertrouwen en vrezen

0
'Dit is de ware en zuivere godsdienst: vertrouwen op God, gekoppeld aan een ernstige vrees voor Hem.'

1.3.1 – Alle mensen weten dat God bestaat

0
'Vanaf het begin van de wereld is er geen enkel land, geen enkele stad, zelfs geen enkel huis geweest dat zonder godsdienst kon.'

1.3.2 – God is geen verzinsel

0
'Hoe brutaler iemand God veracht, hoe heviger hij schrikt bij het geritsel van een vallend blad.'

1.3.3 – De kennis van God kan niet uitgewist worden

0
'Alleen door God te dienen zijn de mensen superieur aan de dieren.'

1.4.1 – Bijgeloof komt voort uit hoogmoed

0
'Als ellendige mensen God zoeken, blijkt dat ze ijdel en trots zijn, omdat ze niet hoger kijken dan zichzelf.'

1.4.2 – Goddelozen leven alsof God niet bestaat

0
'Ieder die de vrees voor het hemelse oordeel uitdooft en onbekommerd aan zijn eigen begeerten toegeeft, leeft alsof God niet bestaat.'