1.1.1 – Kennis van onszelf leidt tot kennis van God

Vrijwel heel onze wijsheid bestaat maar uit twee delen. Tenminste, voorzover het ware en betrouwbare wijsheid is. Deze delen zijn: kennis van God en...

1.1.2 – Kennis van onszelf kan niet zonder kennis van God

Aan de andere kant is het duidelijk dat de mens zichzelf nooit echt leert kennen als hij niet eerst het aangezicht van God gezien...

1.1.3 – Voorbeelden van de nietigheid van de mens tegenover Gods majesteit

Vandaar dat de Schrift ons steeds vertelt over de huivering en ontzetting die de heiligen beving als ze merkten dat God bij hen was....

1.2.1 – God toont zich eerst als schepper

Onder de kennis van God versta ik niet alleen de kennis waardoor wij begrijpen dat er een God is. Ik versta er ook de...

1.2.2 – Kennen moet leiden tot vertrouwen en vrezen

Daarom is het slechts zinloos vermaak om je de vraag te stellen wat de definitie van God is. Het is voor ons veel belangrijker...

1.3.1 – Alle mensen weten dat God bestaat

Van nature heeft de mens instinctief een bepaald besef van God. Daarover is geen verschil van mening mogelijk. Niemand kan zijn toevlucht nemen tot...

1.3.2 – God is geen verzinsel

Daarom is het grote onzin dat godsdienst bedacht zou zijn door enkele sluwe en listige mensen, als middel om het eenvoudige volk te onderwerpen....

1.3.3 – De kennis van God kan niet uitgewist worden

Voor iemand met gezond verstand zal daarom altijd vaststaan dat het godsbesef in de mens gegrift staat en dat het nooit vernietigd kan worden....

1.4.1 – Bijgeloof komt voort uit hoogmoed

We weten dus uit ervaring dat God in ons allemaal een zaad van godsdienst gezaaid heeft. Toch kunnen we op honderd mensen er nauwelijks...

1.4.2 – Goddelozen leven alsof God niet bestaat

David zegt dat de goddeloze en dwaze mensen in hun hart zeggen dat er geen God is.1 Dat slaat vooral op hen die het...