Twaalf apostelen stelde Jezus aan. Twaalf mannen.

Vele oudsten stelde Paulus aan in de gemeenten die hij stichtte, of hij liet zijn medewerkers dat doen. Zij stelden alleen mannen aan (1 Timotheüs 3:2, Titus 1:5).

Het is duidelijk: de Bijbel kent geen vrouwen met een preek- of opzienersambt. Als je daar wel voor wilt pleiten, is dit dus een van de vele problemen die je tegenkomt. En dat geldt al helemaal als je wilt beweren dat het uitsluiten van vrouwen uit de kerkelijke ambten discriminatie is en schrijnend onrecht. Want beschuldig je dan impliciet Jezus en de apostelen niet van onrecht?

De vluchtroute die dan gekozen wordt is vaak deze: de mensen in de tijd van Jezus en de apostelen waren er nog niet aan toe om vrouwen te zien en te behandelen als gelijk aan mannen. Daarom stelden zij nog geen mannen aan. Maar wij zijn, dankzij de leiding voor de Geest, verder gekomen. Wij hebben wel geleerd dat mannen en vrouwen gelijk zijn en er beiden recht op hebben om ambtsdrager te mogen worden.

Daarbij wijst men dan op voorbeelden uit het Oude Testament, waar God ook allerlei dingen tolereerde die niet pasten bij wat Hij eigenlijk wil. Polygamie bijvoorbeeld. Er is geen christen die eraan twijfelt dat God wil dat elke man maar één vrouw heeft en elke vrouw maar één man. Toch lijkt God er in het Oude Testament geen probleem van te maken dat mannen meerdere vrouwen nemen. Zelfs vrome mannen doen dat. En God laat het toe. Hij zegt er niets van. Sterker nog, Hij lijkt het in de wet van Mozes zelfs te legaliseren (bv. Exodus 21:7-10; Deuteronomium 21:15-17). Hij past zich blijkbaar aan tot de tijd er rijp voor is en mensen weer willen accepteren dat polygamie niet kan.

Nou, zegt men dan, dat is precies dezelfde reden waarom Jezus en de apostelen nog geen vrouwelijke ambtsdragers aanstellen.

Versluierde openbaring

Ik zie alleen één groot probleem met deze redenatie. Het miskent namelijk het verschil tussen het Oude en het Nieuwe Testament. Gods openbaring heeft een geschiedenis. Hij heeft zijn wil niet in één keer kant en klaar bekend gemaakt. Nee, Hij heeft stap voor stap stukjes van de sluier opgelicht.

Dat betekent niet dat Hij steeds nieuwe dingen openbaarde. Nee, als je het Oude Testament goed leest, in het licht van het Nieuwe Testament, dan zie dat vanaf het begin eigenlijk alles er al in zit. Maar het is niet allemaal het meteen even duidelijk. Het is versluierd. En in de loop van de openbaringsgeschiedenis wordt die sluier steeds verder opgelicht. Gods wil wordt steeds helderder. Totdat het volle licht opgaat en alles helemaal duidelijk is.

Wanneer is dat? Is dat pas bij Christus’ tweede komst, zijn terugkomst? Moeten wij het tot die tijd nog steeds doen met een gedeeltelijk versluierde openbaring? Is het nog steeds zo dat Gods wil voor ons stap voor stap duidelijker wordt?

Nee!

Zeker het is waar dat we als Christus terugkomt meer zullen weten dan nu. Maar dat is omdat er dan nieuwe dingen geopenbaard worden. En omdat wij de dingen dan beter kunnen begrijpen omdat we dan verlost worden van de beperkingen van onze zondige aard. Maar de dingen die ons nu al geopenbaard zijn, zullen tot Christus’ terugkomst niet meer helderder worden dan ze nu al zijn.

Waarom niet?

Geopenbaarde mysteries

Omdat het volle licht van Gods openbaring al is opgegaan bij Christus’ eerste komst. Christus is het Woord zelf. Hij is God zelf. En daarmee de ultieme openbaring van Gods glorie die alle andere openbaringen voltooit. En daarom zijn met zijn eerste komst de laatste dagen van de wereldgeschiedenis ingegaan (Hebreeën 1:1-3).

Paulus zegt dat de geheimen, de mysteries van Gods wil ons nu bekend zijn. Eeuwenlang zijn die onbekend gebleven (Romeinen 16:25-26; Kolossenzen 1:26), totdat de ‘volheid van de tijd’ gekomen was (Galaten 4:4; Efeziërs 1:10), dat wil zeggen: het door God van tevoren bepaalde moment. Wanneer was dat? Toen Christus geopenbaard werd, in wie volgens Paulus alle schatten van wijsheid en kennis verborgen liggen (Kolossenzen 2:2-3). Daarom is het de taak van Paulus en de anders apostelen om die geopenbaarde mysteries bekend te maken aan alle heiligen (Kolossenzen 1:25-26).

Met de eerste komst van Christus is Gods openbaring dus voltooid. Ooggetuigenverslagen van zijn rondwandeling op aarde en het onderwijs van die ooggetuigen aan de eerste christenen – de geschriften van de evangelisten en de apostelen – daarmee is de canon van de Gods Woord afgesloten. Meer hebben we niet nodig. Deze Schrift is voor ons duidelijk genoeg. Hier kunnen we het tot Christus’ terugkomst mee doen.

Maar als je dat gelooft, dan past daar toch niet bij dat Jezus en de apostelen in hun spreken en handelen onderdelen van Gods wil achter hielden? Dat ze verzwegen dat vrouwen evenveel recht hebben als mannen om kerkelijke ambten te bekleden? Dat ze zelf nog geen vrouwen aanstelden als ambtsdragers, ook al was dat eigenlijk in strijd met Gods wil?

Nee, integendeel!

Verharde harten

Als Jezus dingen tegenkwam die ogenschijnlijk precies volgens de letter van de wet van Mozes waren, maar toch in strijd met Gods eigenlijke bedoelingen, dan wond Hij er bepaald geen doekjes om. Dan nam Hij geen blad voor de mond. Dan liet Hij zich geen beperkingen opleggen. Hij joeg de handelaars uit de tempel. Hij deed goed op de sabbat. Hij gaf onderwijs aan vrouwen. Hij gebruikte scherpe woorden tegen de farizeeën en de schriftgeleerden om hun huichelarij aan de kaak te stellen.

Daarbij greep Hij steeds terug naar Gods oorspronkelijke bedoeling. De wet van Mozes bood de mogelijkheid een vrouw weg te sturen met een scheidbrief. Als de farizeeën met een beroep daarop vragen of echtscheiding is toegestaan, wijst Jezus hen op de scheppingsorde: man en vrouw moeten een onverbrekelijke eenheid vormen. Dát is Gods bedoeling. Die scheidbrief is er alleen maar omdat mensen harde harten hebben en niet in staat zijn om aan Gods bedoeling te beantwoorden. Maar zo hóórt het niet (Mattheüs 19:1-12).

Laat Jezus hier zien dat God nog steeds dingen tolereert die eigenlijk niet volgens zijn bedoeling zijn, omdat mensen nu eenmaal verharde harten hebben? Leert Hij ons hier dat we achter zijn woorden en daden ook nu nog een diepere bedoeling moeten veronderstellen die Hij op dat moment nog niet kon openbaren? Nee, Hij laat zien dat Hij juist gekomen is om de mensen nu al terug te brengen naar Gods eigenlijke bedoeling. Net zoals Hij dat ook in de Bergrede heeft laten zien: Hij is niet gekomen om Gods wet teniet te doen, maar om die te vervullen. Heel die Bergrede geeft antwoorden op deze vraag: wat is Gods eigenlijke bedoeling achter al die geboden in het Oude Testament?

De farizeeën hadden Gods bedoeling met het huwelijk kunnen kennen, als ze Genesis 2 goed gelezen hadden, waar Jezus zelf naar verwijst. En anders wel wat de profeet Maleachi zegt over echtscheiding. Maleachi: de laatste profeet van het Oude Testament, helemaal aan het eind van de openbaringsgeschiedenis, die nadrukkelijk oproept tot terugkeer naar Gods geboden, voordat ‘Elia’ komt. Voordat Christus komt, de zon van de rechtvaardigheid (Maleachi 4), in wie volstrekt helder is wat Gods wil is.

Christus is niet gekomen om zich aan te passen aan verharde harten. Nee, Hij is gekomen om verharde harten te breken en te vernieuwen tot levende harten, zodat ze weer gaan leven volgens Gods eigenlijke idealen en bedoelingen. Dat hadden de profeten voorzegd (Ezechiël 11:19-20 en 36:26-28).

Daarom is het naar mijn idee godslasterlijk om te beweren dat Christus tijdens zijn leven op aarde niet volstrekt helder heeft laten zien wat Gods eigenlijke ideaal is. Godslasterlijk is het volgens mij als je stelt dat Christus geen vrouwelijke apostelen aanstelde alleen omdat de mensen er toen nog niet aan toe waren. Godslasterlijk als je durft te zeggen dat wij, geleid door de Geest, over dit soort dingen nu meer weten dan de evangelisten en de apostelen in de Bijbel hebben opgeschreven. Want dan misken je dat Gods wil nooit duidelijker kan zijn dan in Christus. Dan zie je niet goed wie Christus eigenlijk is. En daarmee geef je een verkeerd beeld van wie God zelf is.

Schriftgezag

In Efeziërs 1:9 noemt Paulus als kernpunt van Gods geopenbaarde mysteries dat het Gods wil is alles in hemel en aarde onder één hoofd samen te vatten in Christus. In Efezïers 5:22-33 komt hij terug op dat hoofd zijn van Christus en opnieuw noemt hij dat een groot mysterie. Hij zegt dat in verband met het huwelijk. Wat is het mysterie? Dat de verhouding tussen man en vrouw een afspiegeling vormt van de verhouding tussen Christus en zijn gemeente.

Dát is dus een kernpunt van Gods wil, die eeuwenlang nog een mysterie was gebleven, maar in Christus is geopenbaard. Vandaar dat Christus en de apostelen er volstrekt duidelijk over zijn dat een huwelijk een levenslange verbintenis is tussen één man en één vrouw. Echtscheiding kan niet. Polygamie ook niet. Maar wie wil dan beweren dat Christus en zijn apostelen wat betreft de verhouding tussen mannen en vrouw toch onderdelen van Gods wil hebben achtergehouden, zodat we die zelf maar zouden moeten ontdekken als we daar eindelijk aan toe zijn?

Als je dat wilt beweren, doe je het gezag van de Schrift ernstig tekort. Omdat je niet meer uitgaat van het principe dat Gods Woord voor ons voldoende is tot Christus terugkomt. Alsof Gods mysteries in Christus slechts gedeeltelijk geopenbaard zijn en wij zelf verder moeten denken dan Gods Geest ons in de Schrift leert.

3 REACTIES

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in