De koraalbewerking over Wer nur den lieben Gott läßt walten (BWV 647) van Johann Sebastian Bach, gespeeld op het orgel van de Grote of Sint-Michaëlskerk in Zwolle (via Hauptwerk).

Er kennt die rechten Freudenstunden,
Er weiß wohl, wann es nützlich sei.
Wenn er uns nur hat treu erfunden
Und merket keine Heuchelei,
So kommt Gott, eh’ wir’s uns versehn,
Und läßet uns viel Guts geschehn.

Alleen de middelste twee Schübler Choräle zijn vierstemmig, de rest driestemmig. Net als bij de vorige koraalbewerking wordt hier de melodie in het pedaal gespeeld op 4′-basis. Maar in de originele versie in de cantate Wer nur den lieben Gott läßt walten (BWV 93) wordt deze melodie niet gezongen. Daar zingen de sopraan en de alt in een duet wel de tekst van het vierde couplet, maar op een vrije melodie, vol imitaties en vol motiefjes die van de melodie zijn afgeleid. Zij worden daarbij begeleid door basso continuo, terwijl de viool de melodie erdoor heen speelt. Die vioolpartij linkt in de orgelversie dus in het pedaal, terwijl het duet gespeeld door de rechterhand en de baslijn door de linkerhand.

Registratie:
Bovenpositief: Praestant 8′, Woudfluit 2′
Pedaal: Trompet 4′, Vlakfluit 2′

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in