De koraalbewerking over Wenn wir in höchsten Nöten sein (BWV 641) van Johann Sebastian Bach, gespeeld op het orgel van de Grote of Sint-Michaëlskerk in Zwolle (via Hauptwerk).

Wenn wir in höchsten Nöten sein
Und wissen nicht, wo aus noch ein,
Und finden weder Hilf noch Rat,
Ob wir gleich sorgen früh und spat,

De melodie van dit lied is de Geneefse melodie van Psalm 140. Maar dat is hier nauwelijks meer te horen. Bach versierd de melodie zo sterk dat hij onherkenbaar wordt. En daarmee verklankt hij natuurlijk op sublieme manier de onzekerheid, het geen raad meer weten, waar de tekst van zingt.

Onder die melodie klink een begeleiding waarin de eerste vier noten van de melodie steeds de hoofdrol spelen, ook in de omkering. Deze begeleiding gebruikte Bach later als basis voor een veel uitgebreidere bewerking over een ander lied met dezelfde melodie: Vor deinen Tron tret ich (BWV 668).

Registratie:
Hoofdwerk: Octaav 4′
Bovenpositief: Holpijp 8′
Pedaal: Subbas 16′, Holpijp 8′

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in