Het Praeludium & Fuga in g (BWV 535) van Johann Sebastian Bach, gespeeld op het orgel van de Grote of Sint-Michaëlskerk in Zwolle (via Hauptwerk).

Het preludium begint met gebroken akkoorden. Vervolgens klinkt een lange serie 32e noten, eerst toonladderfiguren en dan opnieuw gebroken akkoorden, steeds precies hetzelfde motief dat alleen langzaam chromatisch daalt, dus halve toon voor halve toon. Het lijkt een onafgebroken brij waarin weinig gebeurt. Veel organisten proberen het interessanter te maken door echo-effecten toe te voegen door middel van klavierwisselingen, maar volgens mij doe je dan juist het effect te niet dat Bach hier beoogd: juist door de schijnbare eentonigheid klinkt dit zo overrompelend mooi.

De fuga vormt een thematische eenheid met het preludium. De kop van het fugathema vormde ook de basis voor het preludium. Maar er is wel een duidelijk stijlverschil tussen beide. Het preludium is een jeugdwerk, vol Noordduitse invloeden, terwijl de fuga qua stijl beter past bij Bachs latere orgelwerken. Blijkbaar is de fuga dus later toegevoegd.

Registratie:
Hoofdwerk: Praestant 16′, Octaav 8′, Roerfluit8′, Octaav 4′, Nasaat 3′, Superoctaav 2′, Ruijschpijp
Bovenpositief: Praestant 8′, Quinta 6′, Octaav 4′, Superoctaav 2′
Borstwerk: Fluitgedekt 8′, Praestant 4, Superoctaav 2′, Quintanus 1 1/2′, Nachthoorn 1′, Dulciaan
Pedaal: Praestant 16′, Octaav 8′, Superoctaav 4′, Basuin 16′
Hoofdwerk+Bovenpositief, Bovenpositief+Borstwerk

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in