Het Praeludium & Fuga in e (BWV 548) van Johann Sebastian Bach, gespeeld op het orgel van de Grote of Sint-Michaëlskerk in Zwolle (via Hauptwerk).

Dit is een van Bachs grootste en bekendste orgelwerken. Beide delen hebben een A-B-A-vorm, waarbij het begin aan het eind herhaald wordt. Bij het Praeludium valt dat niet zo op, omdat thematiek uit het A-deel ook in het B-deel terugkomt. Er is dus geen duidelijk contrast tussen A en B. Bij de Fuga is dat contrast er wel. De beweging in achtsten uit het A-deel gaat bij de het B-deel abrupt over in een beweging in zestienden. Dat maakt dat de aanvankelijk ‘strenge’ fuga opeens een virtuoze, vrije toccata wordt, waarbij het thema enkel terugkomt als tijdelijke onderbreking van de zestienden-beweging. De overgang van B terug naar A verloopt overigens veel minder abrupt doordat de eenstemmige inzet van de eerste keer nu voorzien wordt van een begeleiding die naadloos voortkomt uit het B-deel. A zet hier dus vierstemmig in in plaats van eenstemmig en pas bij de tweede thema-inzet is er tweestemmigheid en verloopt de tweede keer A verder identiek aan de eerste keer A.

In het Engelse taalgebied staat dit stuk bekend als The Wedge (‘de wig’). Dat komt door het fuga-thema dat inderdaad de vorm heeft van een wig: het bevat uit intervallen die steeds groter worden, waardoor een quasi-tweestemmigheid ontstaat waarbij de twee stemmen – chromatisch – afstand van elkaar nemen.

Voor mij was dit de aanleiding om dit stuk op 25 mei 1997 te spelen als omlijsting van de laatste kerkdienst die ik mocht begeleiden in de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) in Hasselt. Dat was ook de dienst waarin mijn vader afscheid nam als predikant van die gemeente. Voor de dienst speelde ik het Praeludium en na de dienst het A-deel van de Fuga. Nogal een waagstuk, maar voorzover ik me herinner, ging het best goed. Nu zou ik het niet meer aandurven om een stuk als dit live uit te voeren. Wel heb ik nu duidelijk voordeel gehad van de uitvoering toen. Na bijna 24 jaar bleek ik het stuk nog aardig in de vingers te hebben, hoewel ik het in al die jaren nauwelijks meer gespeeld heb. Wonderlijk hoe het menselijk geheugen werkt.

Registratie:
Hoofdwerk: Praestant 16′, Octaav 8′, Roerfluit 8′, Octaav 4′, Superoctaav 2′, Ruijschpijp, Cymbel, Trompet 16′, Trompet 8′
Bovenpositief: Praestant 8′, Quinta 6′ Octaav 4′, Quinta 3′, Superoctaav 2′
Borstwerk: Fluitgedekt 8′, Praestant 4′, Superoctaav 2′, Mixtuur
Pedaal: Praestant 16′, Octaav 8′, Holpijp 8′, Superoctaav 4′, Vlakfluit 2′, Mixtuur, Basuin 16′, Trompet 8′
Hoofdwerk+Bovenpositief, Hoofdwerk+Borstwerk

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in