Johann Sebastian Bach – Pastorella in F (BWV 590)

0
811

De Pastorella in F (BWV 590) van Johann Sebastian Bach, gespeeld op het orgel van de Grote of Sint-Michaëlskerk in Zwolle (via Hauptwerk).

Een Pastorale is herdersmuziek. Een klassieke Pastorale  is altijd geschreven in een rustig driedelig ritme. De associatie met Kerst ligt voor de hand. Zowel Bach in het Weihmachtsoratorium als Handel in de Messiah gebruiken een Pastorale als het over de herders in het veld gaat.

Deze Pastorella (verkleinwoord van Pastorale) bestaat uit vier delen. Daarvan is het eerste deel de eigenlijke Pastorella. Hier het rustige driedelige ritme. Boven lang liggende bastonen beweegt zich een melodie die een vredige sfeer oproept van herders die met hun kudden in het veld zijn.

Het tweede deel vormt daarmee een sterk contrast. Dit deel is een allemande, een weliswaar rustige dansvorm, maar toch met veel meer beweging dan in een pastorale.

Het derde deel is een aria. Boven een begeleiding van voornamelijk akkoorden die vaak herhaald worden, beweegt zich een sterk sprekende melodie. Het doet sterk denken aan een recitatief. Het is alsof er een verhaal verteld wordt.

Het vierde deel is een gigue, een uitbundige dans. Daarbij valt op dat het thema, dat fugatisch verwerkt wordt, in het tweede deel van de gigue wordt omgekeerd. Niet alleen verhuist de inzet van de sopraan naar de bas, maar ook het thema zelf staat als het ware op de kop.

Persoonlijk geloof ik sterk in de theorie dat dit stuk specifiek bedoeld is als muzikale vertelling over de herders van Bethlehem. Het eerste deel laat horen hoe de herders de wacht houden over hun kudde. Het tweede deel verklankt hoe plotseling een engel in blinkend licht aan hen verschijnt. In deel drie brengt de engel hun het goede nieuws van Christus’ geboorte en in deel vier zingt het engelenkoor het ‘Ere zij God’: het eerste deel verklankt het ‘Ere zij God in de hoge’ en het tweede deel, de omkering, het ‘vrede op aarde’.

Zeker, het is een theorie. Maar hij past wel erg mooi.

Overigens, ook dit stuk speelde ik op het concert dat ik gisteren noemde.

Registratie:

1:
Rugwerk: Roerfluit 8′, Quintadena 8′
Pedaal: Subbas 16′, Holpijp 8′

2:
Bovenpositief: Holpijp 8′, Woudfluit 2′

3:
Bovenpositief: Holpijp 8′
Borstwerk: Fluitgedekt 8′, Spitsfluit 3′, Dulciaan 8′
Tremulant

4:
Hoofdwerk: Octaav 8′, Speelfluit 4′, Superoctaav 2′

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in