De koraalbewerking over Kommst du nun, Jesu, vom Himmel herunter auf Erden (BWV 650) van Johann Sebastian Bach, gespeeld op het orgel van de Grote of Sint-Michaëlskerk in Zwolle (via Hauptwerk).

Lobe den Herren, der Alles so herrlich regieret,
Der dich auf Adelers Fittigen sicher geführet,
Der dich erhält,
Wie es dir selber gefällt;
Hast du nicht diese verspüret?

Führe mich endlich, o Jesu! ins ewige leben,
Welches du allen, die gläuben, versprochen zu geben;
Da ich bei Gott,
Ohne noth, jammer und tod,
Ewig in freuden kann schweben.

De laatste al weer van de zes Schübler Choräle en opnieuw een trio. Anders dan de andere vier waarvan we het origineel kennen, heeft deze orgelversie van Bach een andere titel gekregen dan het origineel. Het origineel is de het tweede vers van het lied Lobe den Herren, den mächtigen König der Ehren en komt uit de gelijknamige cantate BWV 137. Daar wordt het lied gezongen door de alt, begeleid door een viool en basso continuo. In de orgelversie ligt de melodie voor de derde keer in deze serie in het pedaal op 4′-basis. De rechterhand speelt de vioolpartij en die is op orgel net zo lastig als de cellopartij in het vorige stuk.

De originele tekst uit de cantate (hierboven als eerste geciteerd) spreekt over Gods voorzienigheid, die alles zo heerlijk regeert en ons veilig als op adelaarsvleugels draagt. Het zweven op de adelaarsvleugels lijkt te worden verklankt in de vioolpartij. In het lied waarvan de titel boven de orgelversie prijkt, is in het vijfde en laatste couplet (hierboven als tweede geciteerd) sprake van zweven: als Jezus ons het eeuwige leven binnenleidt, kunnen we bij God zonder nood, jammer en dood in eeuwige vreugde zweven. Ik vermoed dat Bach dit couplet op het oog had als afsluiting voor deze cyclus van zes koraalbewerkingen.

Registratie:
Rugwerk: Praestant 8′
Bovenpositief: Trompet 4′
Borstwerk: Fluitgedekt 8′, Roerfluit 4′, Gemshoorn 2′, Nachthoorn 1′
Hoofdwerk+Bovenpositief, Pedaal+Hoofdwerk

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in