De koraalbewerking over Jesu, meine Freude (BWV 713) van Johann Sebastian Bach, gespeeld op het orgel van de Grote of Sint-Michaëlskerk in Zwolle (via Hauptwerk).

Jesu, meine Freude,
Meines Herzens Weide,
Jesu, meine Zier,
Ach wie lang, ach lange
Ist dem Herzen bange
Und verlangt nach dir!
Gottes Lamm, mein Bräutigam,
Außer dir soll mir auf Erden
Nichts sonst Liebers werden.

Een driestemmige koraalfantasie die in eerste instantie sterk lijkt op die over Christ lag in Todes Banden (BWV 695). Ook hier een beweeglijke boven- en onderstem die elkaar imiteren, met de melodie in lange noten daar tussendoor. Toch is er een opvallend verschil. De melodie blijft niet keurig tussen de beide andere stemmen in liggen. Elke regel ligt op een andere positie, de ene een octaaf lager, de volgende weer een octaaf hoger.

Opvallend: regel 5 klinkt het laagst, regel 6 het hoogst. Zo krijgt het contrast tussen bangheid en verlangen extra accent. Trouwens, het thema van de begeleiding is ook ontleent dan de melodie van regel 3 en 6, wat extra nadruk legt op het verlangen naar Christus, ‘mijn sieraad’.

En dan, in regel 7, verandert het stuk opeens van karakter. De vierkwartsmaat wordt ingeruild voor een ‘dolce’ swingende drie-achtste maat en de lange melodienoten krijgen geen vervolg meer. De melodie raakt versluierd in het smachten van de gelovige bruid naar haar Bruidegom, Christus.

Na de fantasie volgt nog een koraalzetting.

Registratie:
Hoofdwerk: Speelfluit 4′
Rugwerk: Fluit 4′
Hoofdwerk+Rugwerk

Koraal:
Hoofdwerk: Speelfluit 4′
Rugwerk: Praestant 8′, Fluit 4′
Pedaal: Subbas 16′, Octaav 8′
Hoofdwerk+Rugwerk

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in