De koraalbewerking over Ich ruf zu dir, Herr Jesu Christ (BWV 639) van Johann Sebastian Bach, gespeeld op het orgel van de Grote of Sint-Michaëlskerk in Zwolle (via Hauptwerk).

Ich lieg im streit und widerstreb,
Hilf, o Herr Christ! dem schwachen,
An deiner gnad allein ich kleb,
Du kannst mich stärker machen,
Kömmt nun anfechtung her, so wehr,
Daß sie mich nicht umstoße,
Du kannst maßen,
Daß mirs nicht bring gefahr,
Ich weiß, du wirst’s nicht lassen.

Dit trio is een van de bekendste stukken uit het Orgel-Büchlein. De melodie klinkt in de sopraan, waarbij de eerste vijf regels versierd worden en de laatste vier niet. Daaronder klinkt een tenor in een slepend schommelende zestienden-beweging en daar weer onder een bas in achtsten beweging met veel nootherhalingen.

Ik vind deze bewerking beter passen bij het laatste dan bij het eerste couplet. Ik hoor er een verklanking in van zwakheid te midden van moeite, strijd en aanvechting. En als je naar de versiering van de melodie kijkt, zie dat de opvallendste versieringen vallen op de woorden ‘weerstreven’, ‘zwakheid’ en ‘aanvechting’. Bovendien kun je de afwezigheid van versieringen in het tweede deel verklaren doordat het in het eerste deel vooral over onze zwakheid gaat, maar in de tweede deel over Christus die de aanvechting kan matigen en ons nooit zal verlaten.

Registratie:
Rugwerk: Roerfluit 8′, Quintadena 8′, Quintfluit 8′, Tremulant
Borstwerk: Spitsfluit 3′, Regaal
Pedaal: Subbas 16′, Holpijp 8′
Tremulant

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in