De koraalbewerking over Herzlich lieb hab ich dich, o Herr (BWV 1115) van Johann Sebastian Bach, gespeeld op het orgel van de Grote of Sint-Michaëlskerk in Zwolle (via Hauptwerk).

Herzlich lieb hab’ ich dich, o Herr,
Ich bitt, wollst sein von mir nicht fern
Mit deiner Güt und Gnaden.
Die ganze Welt nicht freuet mich,
Nach Himmel und Erd nicht frag ich,
Wenn ich dich nur kann haben;
Und wenn mir gleich mein Herz zerbricht,
So bist doch du mein Zuversicht,
Mein Teil und meines Herzens Trost,
Der mich durch sein Blut hat erlöst.
Herr Jesu Christ,
Mein Gott und Herr, mein Gott und Herr,
In Schanden laß mich nimmermehr!

Deze koraalfantasie begint driestemmig met de melodie in de sopraan en een opvallend signaal motief in de begeleiding. Halverwege wordt er tijdelijk overgestapt op een driedelig ritme.

Ook dit is een lied over het sterven. De melodie is bekend van het slotkoraal uit Bach Johannes-Passion: Ach, Herr, laß dein lieb Engelein. Dat is namelijk het derde couplet van dit lied.

Registratie:
Hoofdwerk: Octaav 8′
Bovenpositief: Praestant 8′
Hoofdwerk+ Bovenpositief

Maat 14b:
Bovenpositief : + Octaav 4′

Maat 28:
Bovenpositief : + Quinta 3′

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in