De Fuga in Es (BWV 552.2) van Johann Sebastian Bach, gespeeld op het orgel van de Grote of Sint-Michaëlskerk in Zwolle (via Hauptwerk).

Deze vijfstemmige Fuga vormt de afsluiting van het derde deel van Bachs Clavier-Übung. Het is daarmee de tegenhanger van het Praeludium (BWV 552.1) waar de serie mee opende.

Ook in deze Fuga staat het getal drie weer centraal. Het is eigenlijk een serie van drie fuga’s die naadloos in elkaar overlopen, maar elke met een eigen thema en ook een andere maatsoort: 2/2, 6/4 en 12/8.

Het statige thema van de eerste fuga lijkt sterk op de Engelse melodie die wij kennen van het lied O God, die droeg ons voorgeslacht. Maar dat is waarschijnlijk toeval.

Het thema van de middelste fuga bestaat uit een wat slepend, lijdelijk aandoende serie achtste noten. Halverwege deze tweede fuga wordt het thema gecombineerd met dat uit de eerste fuga. Deze middelste fuga is overigens vierstemmig. Anders dan in de andere twee delen zwijgt hier het pedaal.

De derde fuga heeft een wat springerig thema en ook dat thema wordt gecombineerd met het eerste thema.

Er is weinig fantasie voor nodig om de drie fuga’s te zien als verwijzingen naar de drie personen in de drie-eenheid: Vader, Zoon en Geest.

Registratie:
Hoofdwerk: Praestant 16′, Octaav 8′, Roerfluit 8′, Octaav 4′, Superoctaav 2′, Ruijschpijp, Trompet 16′, Trompet 8′
Bovenpositief: Praestant 8′, Quinta 6′, Octaav 4′, Quinta 3′, Superoctaav 2′, Tertiaan
Borstwerk: Fluitgedekt 8′, Praestant 4′, Superoctaav 2′, Mixtuur
Pedaal: Praestant 16′, Octaav 8′, Superoctaav 4′, Basuin 16′
Hoofdwerk+Bovenpositief, Bovenpositief+Borstwerk, Pedaal+Hoofdwerk

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in