De Fuga in c (BWV 575) van Johann Sebastian Bach, gespeeld op het orgel van de Grote of Sint-Michaëlskerk in Zwolle (via Hauptwerk).

Dit is een fuga met een bijzonder thema. Het is lichtvoetig en doet een beetje denken aan het fugathema van de bekende Toccata in d (BWV 565). Het wordt ook op een vergelijkbaar ‘dunne’ manier uitgewerkt. Maar het bijzondere hier zijn de rusten in het thema, die na de eerste inzet steeds met hetzelfde motiefje, maar door steeds een andere stem worden opgevuld.

De fuga eindigt met een lange, simpele, eentonige passage, die juist door die eentonigheid spanning oproept. Wanneer en hoe gaat dit stoppen? Verrassing! De hele fuga was manualiter, maar opeens klinkt daar het pedaal. En dan nog wel met een fis, een verminderde quint onder de c waar het stuk op gebaseerd is. Dan volgt er nog een toccata-achtig slot met snel en grillig passagewerk, een heuse pedaalsolo en uiteindelijk een heel kort slotakkoord.

Dat contrast komt volgens mij het mooist uit als de fuga gespeeld wordt in een licht registratie met fluiten 8′ en 2′ en het toccata-slot met een plenum.

Registratie:
Hoofdwerk: Octaav 8′, Roerfluit 8′, Octaav 4′, Nasaat 3′, Ruijschpijp
Bovenpositief: Praestant 8′, Holpijp 8′, Woudfluit 2′
Borstwerk: Fluitgedekt 8′, Praestant 4′, Superoctaav 2′, Quintanus 1 1/2′, Mixtuur, Sexquialtera
Pedaal: Praestant 16′, Octaav 8′, Holpijp 8′, Superoctaav 4′, Trompet 8′
Hoofdwerk+Borstwerk, Pedaal+Hoofdwerk

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in