Het Duetto I in e (BWV 802) van Johann Sebastian Bach, gespeeld op het orgel van de Grote of Sint-Michaëlskerk in Zwolle (via Hauptwerk).

Na de 21 koraalbewerkingen volgen in Bachs Clavier-Übung III vier duetten. Wat de functie of relatie is van die duetten ten opzichte van de 21 koraalbewerkingen, is niet duidelijk. In elk geval helpen ze mee om het totaal van de delen op 27 (3x3x3) te brengen. De vier duetten staan in vier opeenvolgende toonsoorten, waarvan de eerste en de laatste mineur en de middelste twee majeur: e, F, G en a. Toen de BWV werd opgesteld, werden de duetten ingedeeld bij de clavecimbelwerken. Vandaar de nummering van 802-805. Maar het ligt toch voor de hand om dit deel van de Clavier-Übung te zien als een verzameling orgelwerken, als is het natuurlijk wel zo dat de manualiter koraalbewerkingen en de duetten ook op een clavecimbel uitgevoerd kunnen worden.

Het eerste duet staat in een 3/8-maat en kent veel 32e noten, toonladders, grote sprongen en chromatiek.

Registratie:
Hoofdwerk: Octaav 4′, Speelfluit 4′
Rugwerk: Octaav 4′, Fluit 4′
Hoofdwerk+Rugwerk

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in