Het Concerto in C (BWV 595) van Johann Sebastian Bach, gespeeld op het orgel van de Grote of Sint-Michaëlskerk in Zwolle (via Hauptwerk).

Van 1708 tot 1717 werkte Bach in Weimar aan het hof van de hertogen van Saksen-Weimar. Een jaar eerder was een van de twee regerende hertogen, Johann Ernst III, overleden en opgevolgd door zijn beide zoons Ernst August I en Johann Ernst IV. Op dat moment waren er officieel dus drie regerende hertogen, want deze twee jonge jongens deelden de titel nog met hun oom, de kinderloze oudere broer van hun vader Wilhelm Ernst.

Vooral Johann Ernst IV was nog erg jong. Hij was geboren in 1696. En aan regeren zou hij nooit toekomen, want hij overleed al toen hij nog maar 18 was. Des te opmerkelijker is het dat hij toch naam gemaakt heeft, maar dan als componist. Hij heeft een kleine twintig concerti nagelaten van aardige kwaliteit.

In de laatste jaren van zijn leven maakte Johann Ernst een tour door Europa. Hij studeerde een tijdje aan de Universiteit van Utrecht en het verhaal gaat dat hij in de Nederlandse Republiek kennismaakte, niet alleen met de daar uitgegeven muziek van Vivaldi en andere Italianen, maar ook met orgelbewerkingen van die Italiaanse concerti. Terug in Weimar zou hij Bach op het idee gebracht hebben ook zulke bewerkingen te maken. En Bach deed dat, overigens net als Bachs achterneef Johann Gottfried Walther, die in die tijd kerkorganist in Weimar was.

Behalve van grote meesters zoals Vivaldi, bewerkte Bach ook vier concerti van Johann Ernst voor clavecimbel: BWV 982, 984, 987 en 592a. En twee daarvan bewerkte hij bovendien voor orgel: BWV 592 en 595. Het laatste is echter niet compleet. Het is alleen het eerste deel van het concerto dat voor clavecimbel compleet bewerkt werd als BWV 984.

In de bewerking is nog duidelijk de afwisseling te horen tussen de tutti- en solo-partijen, dankzij de voortdurende wisseling tussen twee manualen.

Registratie:
Hoofdwerk: Octaav 8′, Roerfluit 8′, Octaav 4′, Nasaat 3′
Rugwerk : Roerfluit 8′, Schalmeij 8′
Bovenpositief: Holpijp 8′, Holpijp 4′, Woudfluit 2′, Sifflet 1 1/2′
Borstwerk: Fluitgedekt 8′, Dulciaan 8′
Pedaal: Praestant 16′, Octaav 8′, Superoctaav 4′, Vlakfluit 2′
Hoofdwerk+Rugwerk, Bovenpositief+Borstwerk

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in