De koraalbewerking over Aus tiefer Not schrei ich zu dir (BWV 686) van Johann Sebastian Bach, gespeeld op het orgel van de Grote of Sint-Michaëlskerk in Zwolle (via Hauptwerk).

Aus tiefer Not schrei ich zu dir,
Herr Gott, erhoer mein Rufen,
Dein gnädig Ohren kehr zu mir,
Und meiner Bitt sie öffnen!
Denn so du willst das sehen an,
Was Sünd und Unrecht ist getan,
Wer kann, Herr, vor dir bleiben?

Na de doop wordt in de lutherse catechismus de boete behandelt. Daarvoor koos Bach in zijn Clavier-Übung III Luthers berijming over Psalm 130. De eerste bewerking is zes-stemmig, waarbij twee van die zes stemmen in het pedaal klinken.

Elke regel wordt ingeleid met voor-imitaties in de vier manuaalstemmen en de onderste pedaalstem. De bovenste pedaalstem laat vervolgens de melodie horen in lange notenwaarden. Het stuk is geschreven in een streng polyfonische stijl die in Bachs tijd al antiek was.

Het ligt voor de hand om deze bewerking te koppelen aan het eerste couplet. De dubbele pedaalpartij met daarin de melodie legt benadrukte natuurlijk de diepte vanwaaruit de zondaar tot God roept. Bij de inzet van laatste regel zwijgt de onderste pedaalstem opeens twee maten lang, mogelijk als verwijzing naar wat in die laatste regel gezegd wordt: hoe kan een zondaar voor God blijven staan?

Registratie:
Hoofdwerk: Octaav 8′, Roerfluit 8′, Octaav 4′, Superoctaav 2′, Ruijschpijp, Trompet 8′
Bovenpositief: Praestant 8′, Octaav 4′, Quinta 3′, Superoctaav 2′, Scherp, Trompet 4′
Pedaal: Praestant 16′, Octaav 8′, Superoctaav 4′, Vlakfluit 2′, Mixtuur, Basuin 16′, Trompet 8′, Trompet 4′, Cornet 2′
Hoofdwerk+Bovenpositief

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in