De koraalbewerking over Als Jesus Christus in der Nacht (BWV 1108) van Johann Sebastian Bach, gespeeld op het orgel van de Grote of Sint-Michaëlskerk in Zwolle (via Hauptwerk).

Als Jesus Christus in der Nacht,
darin er ward verrathen,
auf unser aller Heil ganz war bedacht,
dasselb uns zu erstatten.

Da nahm er in die Hand das Brod
und brach’s mit seinen Fingern,
sah auf gen Himmel, dankte Gott,
und sprach zu seinen Jüngern:

Nehmt hin, und eßt, das ist mein Leib,
der für euch wird gegeben.
Und dankt, daß ich euer bleib
im Tod und auch im Leben.

Desgleichen nahm er auch den Wein
im Kelch, und sprach zu allen:
Nehmt hin und trinket ingemein,
wollt ihr Gott recht gefallen.

Hier geb ich euch mein theures Blut
im Kelche zu geniessen,
das ich für euch und euch zu gut
jetzt werd am Kreuz vergießen.

Das macht euch aller Sünden frei,
daß sie euch nicht mehr kränken,
so oft ihrs thut, sollt ihr debei
an meinen Tod gedenken.

O Jesu, dir sei ewig Dank!
für deine treu und Gaben!
Ach, laß durch diese Speis und Trank
auch mich das Leben haben!

Dit is een lied over de instelling van het avondmaal. Het lied heeft zeven coupletten, waarvan het eerste en het laatste een omlijsting vormen van de overige vijf, die als het ware een berijming vormen van Jezus’ instellingswoorden.

Bachs bewerking bestaat uit twee delen. Het tweede deel draagt als opschrift ‘variatio’. Gezien het contrast tussen beide delen, lijkt het me heel goed mogelijk dat deze delen gaan over de beide elementen van het avondmaal: brood en wijn. Ik kan me goed voorstellen dat het eerste deel dan gaat over vers 3 en het tweede deel over vers 5. Vooral voor het tweede deel lijkt dat goed te passen.

Het eerste deel is rustig met een steeds terugkerend motief dat iets klagends heeft. De melodie klinkt in halve noten in de sopraan.

Het tweede deel kent een veel snellere beweging. Je zou er het stromen van Jezus’ bloed in kunnen zien. De laatste regel wordt begeleid met gebroken akkoorden op een manier die Bach vaak gebruikt als het over sterven gaat, al klinkt er wel blijdschap in door. De melodie wisselt tussen de verschillende stemmen: eerst boven, dan in het midden, dan weer boven en ten slotte in de bas met het pedaal. Ook het tempo van de melodie wisselt: in regel 1 en 3 klinkt de melodie in kwart noten en in regel 2 en 4 in halve noten. Na regel 4 klinkt nog een kort coda met abrupt slot. Al die dingen zou je kunnen koppelen aan de tekst van vers 5. De melodie in het midden, ingesloten tussen de andere stemmen, zou bijvoorbeeld kunnen duiden op de wijn in de kelk. De melodie in de bas past goed bij het sterven aan het kruis, net als het abrupte slot.

Registratie:
Rugwerk: Praestant 8′

Variatio:
Bovenpositief: Holpijp 8′, Octaav 4′
Borstwerk: Fluitgedekt 8′, Praestant 4′
Pedaal: Praestant 16′, Superoctaav 4′
Bovenpositief+Borstwerk

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in