Ik ben geradicaliseerd.

Dat wist ik niet, maar dat vernam ik uit de media. Ik sta namelijk achter de zogenaamde Nashville-verklaring. Niet dat ik die heb ondertekend. Ik ben niet zo vooraanstaand dat ik daarvoor gevraagd ben. Gelukkig niet. Maar inhoudelijk sta ik er wel volledig achter. En daaruit blijkt dat ik een geradicaliseerde christen ben. Een homo-hater.

Nu dacht ik altijd je geradicaliseerd bent als je de neiging hebt om geweld te gebruiken. En ik dacht altijd dat dat woord aangaf dat je een proces hebt doorgemaakt waarin je steeds extremer geworden bent in je opvattingen en in je uitingen daarvan. Terwijl ik volgens mij niet anders ben gaan denken dan ik altijd gedaan heb. Sterker nog, ik geloof dat ik, als het om huwelijk en seksualiteit gaat, gewoon denk zoals christenen altijd gedacht hebben.

Ik heb eerder het idee dat anderen geradicaliseerd zijn. Als je kijkt naar de heftige reacties die de verklaring hebben opgeroepen en als je ziet hoe bevooroordeeld ernaar gekeken wordt… De ondertekenaars krijgen allerlei opvattingen in de schoenen geschoven die in de verklaring helemaal niet te vinden zijn. Toegegeven, de verklaring is op sommige punten niet erg helder. Wie het Bijbelse jargon niet of onvoldoende kent, moet veel moeite doen om te snappen wat er precies bedoeld wordt.

Maar dan nog: het lijkt er sterk op dat men geen enkel begrip meer wil opbrengen voor mensen die homoseksualiteit afwijzen.

En dat geldt zelfs voor mensen die zich christen noemen.

Als deze verklaring één ding duidelijk gemaakt heeft, dan is het wel hoe ver heel veel christenen zijn weggegleden bij de Bijbelse boodschap. En dan heb ik het niet alleen over de Bijbelse boodschap over huwelijk en seksualiteit. Nee, het gaat veel dieper.

Hoe je tegen homoseksualiteit aankijkt, zegt volgens mij ook heel veel over hoe je aankijkt tegen de kern van de Bijbelse boodschap: die over zonde en genade, over het bederf van de schepping en het herstel daarvan in Christus. Wat de felle reacties op deze verklaring duidelijk gemaakt hebben, is volgens mij dat heel veel christenen juist van die boodschap steeds minder begrijpen.

Ik wil een poging doen om dat laten zien aan de hand van een aantal punten waarop homo’s voor christenen een spiegel zouden kunnen vormen waarin ze zichzelf zouden moeten terugzien.

Zondige geaardheid

De laatste decennia was het gebruikelijk dat christenen wat betreft homoseksualiteit een onderscheid maakten tussen zijn en doen, tussen de homoseksuele geaardheid en het uitleven daarvan. Je mocht wel homo zijn, maar je mocht je niet als homo gedragen, dat wil zeggen: je mocht niet aan je homoseksuele verlangens toegeven, geen relatie aangaan met iemand van je eigen geslacht en zeker geen seks hebben met zo iemand.

Het nadeel van deze benadering is volgens mij dat het ertoe geleid heeft dat men hoe langer hoe meer alleen het gedrag als zondig is gaan zien, maar de verlangens niet. Immers, die verlangens zijn onlosmakelijk verbonden met de homoseksuele geaardheid. Daar kun je niets aan doen. Alleen je gedrag kun je sturen.

Maar is dat Bijbels? Ik denk van niet. De Bijbel leert mij dat alle mensen van nature zondig zijn. We hebben allemaal een zondige aard. Die gaat zo diep dat er onontkoombaar continu zondige verlangens in ons opkomen. Daar kunnen we niets aan doen. Maar die verlangens zijn wel degelijk zondig!

Waar ligt de grens van wat zondig is en wat niet? Veel christenen zeggen: alleen verkeerde dingen waar je bewust voor kiest, zijn zondig. Maar de Bijbel leert mij iets anders. Ik moet God dienen met heel mijn hart, met heel mijn verstand en met al mijn vermogens. Als er in mijn hart of in mijn verstand ook maar iets opkomt dat in strijd is met Gods wil, is dat zondig. Dat omvat zelfs mijn onderbewustzijn. Ik kan al zondigen in mijn dromen of zonder dat ik er maar iets van besef.

Ik kan bij mijzelf dan ook geen grens trekken tussen wat zondig is of niet. Zelfs mijn beste daden, gedachten en gevoelens zijn met zonde bevlekt. Al was het maar, bijvoorbeeld, omdat bij alles wat ik doe, denk of voel altijd onbewust egoïstische motieven meespelen. Ik kan de diepte van mijn zondige aard niet peilen. Hoe meer ik Christus leer kennen, hoe beter ik zie hoe diep mijn zonde zit. Maar de bodem zal ik nooit bereiken.

Welnu, dat is volgens mij bij homo’s niet anders. Volgens mij is een homoseksuele geaardheid niet anders dan een algemene menselijke zondige geaardheid. Ook bij homo’s gaat de zonde dieper dan je als homo zelf kunt beseffen. Elk verlangen die uit die geaardheid voortkomt en die ingaat tegen Gods wil, is zonde. En je kunt als homo onmogelijk voorkomen dat je zulke zondige verlangens hebt. En je kunt onmogelijk zelf een grens trekken tussen wat wel en niet zondig is.

In die zin is dus niet alleen doen als homo zondig. Nee, het homo zijn is zondig. Maar let wel: ik noem het homo zijn niet zondig vanwege het homo zijn op zich. Nee, homo’s zijn niet zondiger dan andere mensen. Een homoseksuele geaardheid is een zondige geaardheid omdat het een specifieke uitingsvorm is van de algemene menselijke zondige geaardheid.

Homo’s zijn dus niet zondig omdat ze homo zijn, maar omdat ze mens zijn.

En daarom zeg ik: als je gaat ontkennen dat een homoseksuele geaardheid zondig is, dat het al zondig is om homoseksuele verlangens te hebben waar je niets aan kunt doen – dan ga je ook zomaar ontkennen dat je eigen algemene menselijke geaardheid zondig is. Dan wordt je zomaar blind voor de diepte van je eigen zondige verlangens.

Daarom vormen homo’s een spiegel voor alle christenen. Het verdriet en de worsteling die christelijke homo’s die rein willen leven, ervaren in hun strijd tegen hun zondige aard, laat zien wat elke christen in zijn eigen leven ook zou moeten ervaren.

Vernieuwing in Christus

Nu is de kern van de Bijbelse boodschap natuurlijk dat onze zondige aard veranderd wordt. We blijven niet zondig. In Christus worden we nieuwe schepselen. Het bederf in onze menselijke natuur wordt ‘genezen’. Waar we eerst niet eens in staat waren om het goede te willen, laat staan te doen, krijgen we nu een oprecht verlangen om naar Gods geboden te leven en gaan we daar ook echt ons best voor doen.

Alleen, die vernieuwing is niet van het ene op het andere moment voltooid. Het is een levenslang proces. Er wordt in ons een nieuwe mens geboren. Maar we hebben ook nog een oude mens. Die twee zijn levenslang met elkaar in strijd. De oude mens moet gedood worden. De nieuwe mens moet steeds volwassener worden. En daarom zijn we als christenen continu bezig tegen zondige begeerten te strijden. We moeten onze oude, aangeboren, natuurlijke mens verloochenen om geleid door Gods Geest te worden wie we in Christus zijn.

Dat geldt ook voor homo’s. Ook zij moeten hun aangeboren zondige aard verloochenen. Ook zij moeten de zondige verlangens die van nature in hen opkomen, doden. Ze moeten hun nieuwe identiteit in Christus omarmen. En met de hulp van Gods Geest kan dat ook!

Dat is geen genezing in de zin dat hun homoseksuele geaardheid weg is. Het betekent niet dat ze geen homoseksuele verlangens meer hebben. Ook voor hen geldt dat dit een levenslange strijd is. Een zware strijd. Maar wel een waarbij Gods Geest de overwinning wil geven.

Maar als we als christen ontkennen dat homo’s deze strijd moeten voeren en kunnen winnen, zullen we dat ook bij onszelf gaan ontkennen. Dan leggen we ons al snel neer bij de zonde die nog in ons leven is overgebleven. Van zulke zonden ontkennen we dat het zonden zijn. Of we berusten erin omdat we geen hoop hebben dat God ons echt de kracht kan geven om die te overwinnen. Of erger nog: we hebben zelfs geen enkel besef meer van deze strijd.

Dat is denk ik de reden, waardoor zelfs veel christenen niet eens meer begrijpen wat er bedoeld wordt als bijvoorbeeld in de Nashville-verklaring over deze dingen gesproken wordt. Daardoor komen ze met het onzinnige verwijt dat die verklaring zou leren dat homo’s kunnen genezen. Ze snappen niet dat het daar niet over genezing gaat, maar over het vernieuwingswerk in Christus zoals dat in alle echte christenen plaatsvindt.

Maar als ik dat werk bij christelijke homo’s herken en zie hoe ze met Gods hulp hun aangeboren zondige aard verloochenen en overwinnen, dan kan ik daarin als in een spiegel zien hoe God ook mij kan helpen mijn aangeboren zondige aard te doden en als een nieuw mens te leven. Homo’s kunnen inspirerende voorbeelden van hoop zijn voor alle christenen!

Kruisdragen

Dat alles neemt echter niet weg dat het voor homo’s een zwaar kruis is om levenslang celibatair door het leven te moeten gaan. Daar wil ik niet licht over denken. Nooit een levensgezel om lief en leed mee te delen, nooit de intimiteit van een liefdesrelatie, nooit de seksuele bevrediging die alleen in een huwelijk gevonden mag worden. Het lijkt me vreselijk. Homo’s hebben daarom veel liefde en begrip nodig van hun omgeving. En christenen moeten daarin voorop lopen.

Maar is het sowieso wel liefdevol dan om zulke heftige dingen van homo’s te vragen? Is het wel waar dat God dat van hen vraagt?

Veel mensen die zich christen noemen, zeggen hier hartgrondig ‘nee’ op. ‘Ik kan me niet voorstellen dat God dit zou willen,’ zeggen de een. ‘Zo heb ik God niet leren kennen,’ zegt een ander. ‘God is toch liefde,’ vraagt een derde.

Maar wie is God? Wat belooft God ons? Hoe gaat Hij met ons om?

Veel christenen lijken God te zien als iemand die zijn kinderen alleen maar vreugde en voorspoed geeft. Pijn en verdriet komen volgens hen nooit van God. Ook lijken ze God te zien als iemand die altijd lief en aardig is en eigenlijk nooit streng en rechtvaardig. Strikte regels die voor ons een ondraaglijke last zijn, straf en oordeel voor wie Gods geboden overtreedt, dat zijn dingen die volgens hen niet bij God horen.

Maar als je in zo’n God gelooft, geloof je dan nog wel in de God van de Bijbel? Of heb je dan een afgod gecreëerd, een afgod die is zoals jij je die kunt voorstellen en zoals jij die graag zou willen hebben?

Ik denk het laatste. God is wel liefde, maar juist omdat Hij dat is, is Hij ook streng en rechtvaardig. Een God die liefde is, kan geen kwaad en onrecht dulden. Zo’n God moet wel vasthouden aan zijn rechtvaardige wetten, want alleen die zijn goed voor ons. En God heeft ons nooit belooft dat we in dit leven alleen maar vreugde en voorspoed zouden hebben. Nee, integendeel, Christus zelf heeft ons gezegd dat wie Hem wil volgen, zijn kruis moet opnemen.

Christus volgen is kruisdragen. Als je Christus volgt, gaat het je in dit leven niet voor de wind. Dan wordt het leven niet gemakkelijk. Nee, integendeel, juist dan wordt het leven zwaar.

Waarom? Omdat God ons wil leren dat ons geluk niet in dit leven ligt. Hier op aarde is het niet te vinden. Het ligt niet in geld of macht, niet in een goede baan of in veel vrije tijd. Het ligt ook niet in liefde of seks, niet in een huwelijk of een gezin. Echt geluk is alleen te vinden in God zelf. Echt geluk bereiken we pas na dit leven, in het eeuwige leven. En hoe zwaarder het kruis in dit leven, hoe beter we dat kunnen leren beseffen. Hoe zwaarder het leven op aarde, hoe dichter we naar God toegetrokken worden. Hoe moeilijker we het hier hebben, hoe gelukkiger we dan nu al zijn omdat we onze hoop leren vestigen op straks.

Heel ons leven moet een training zijn in afzien van dit leven en uitzien naar het toekomstige leven. In heel ons leven moet daarom iets zitten van onthouding, van vasten. We mogen de goede dingen van dit leven gebruiken, maar altijd met mate. Altijd in het besef dat daarin het geluk niet zit. En het kwaad dat we in dit leven te dragen krijgen, moeten we blijmoedig aanvaarden uit Gods hand, omdat Hij ons daarin naar zich toetrekt.

Dat geldt niet alleen voor homo’s. Dat geldt voor alle christenen. Als ik het kruis van een leven in onthouding te zwaar vind voor homo’s, zal ik onthouding ook te zwaar vinden voor mijzelf. Als ik vind dat homo’s een te zwaar juk opgelegd krijgen, zal ik ook zelf minder bereid zijn om me aan Gods geboden te houden als het moeilijk wordt. Als ik niet geloof dat homo’s in dit leven gelukkig kunnen zijn zonder relatie en zonder seks, zal ik ook zelf geneigd zijn mijn geluk in aardse dingen te zoeken in plaats van in God en in het eeuwige leven.

Maar als ik zie hoe christelijke homo’s het kruis op zich nemen van levenslange onthouding en daarin de vreugde vinden van een leven dicht bij God, kan ik in die spiegel ook zien hoe het lijden in mijn eigen leven een geschenk kan zijn dat het perspectief van mijn leven omhoog richt van de aarde naar de eeuwigheid, van tijdelijk geluk dat nooit bevredigt naar echt geluk waar nooit een eind aan komt.

Gaven

Nu kan ik me voorstellen dat veel lezers nu denken: ‘Allemaal mooi en aardig, maar het komt er dus toch maar op neer dat je als christen over homo’s weinig positiefs te zeggen hebt. Hun geaardheid is zondig en daarom moeten ze veranderen en een kruis van onthouding dragen. Homo’s mogen dus zichzelf niet zijn, maar moeten op een pijnlijke manier zichzelf geweld aan doen.’

Als antwoord daarop kan ik in de eerste plaats zeggen dat dat, gezien wat ik hierboven al gezegd heb, voor alle mensen geldt. Voor alle mensen geldt dat ze niet mogen zijn wie ze van nature zijn, maar moeten strijden om te veranderen. Zelfverloochening is de kern van het leven als christen. Maar ik wil nu vooral even inzoomen op de andere kant. Want ondanks alle gebreken en de neiging tot zonde, is er in de menselijke natuur toch ook nog veel moois overgebleven. En ook dat geldt voor homo’s.

En dan durf ik best zó ver te gaan: juist in hun homo zijn laten homo’s veel moois zien. Alle mensen zijn geschapen naar Gods beeld en in homo’s komt dat op een heel eigen manier tot uiting. Ze hebben vaak heel specifieke gaven, die je bij andere mensen zo niet tegenkomt. En dat mogen zij en wij dankbaar aanvaarden. Daar mogen we als kerk en maatschappij gebruik van maken.

En dat betekent dus dat er alle ruimte moet zijn voor homo’s voor hun geaardheid uit te komen. Voor zover zondige mensen zichzelf mogen zijn, mogen zij dat ook. Ze mogen hun strijd laten zien én hun specifieke gaven en talenten inzetten.

En ook dat kun je als een spiegel beschouwen. We hebben allemaal onze eigenaardigheden, onze eigen talenten, onze eigen levenservaring, die ons maken tot wie we zijn. Veel daarvan bestaat uit dingen die we zelf misschien liever hadden willen missen of waarvan anderen vinden dat we die beter hadden kunnen missen. Dat kan een handicap zijn of een ziekte of misschien een ramp die we hebben meegemaakt. Het kan zelfs een bepaalde zonde zijn waar we mee te worstelen hebben. Maar vaak zijn het juist die dingen ons dankzij het vernieuwingswerk van Gods Geest maken tot iemand die geschikt is voor een specifieke taak in Gods koninkrijk.

In al die dingen kun je zien hoe God onze gebrokenheid in deze zondige wereld gebruikt om er iets goeds uit te laten voortkomen.

Ik hoop dat ik met deze vier punten een beetje duidelijk heb kunnen maken dat hoe je als christen tegen homoseksualiteit aankijkt, alles te maken heeft met hoe je tegen God zelf en tegen het evangelie van zonde en vernieuwing aankijkt, omdat de geestelijke strijd die zij moeten voeren, dezelfde is als de strijd die alle christenen moeten voeren. En dat het afwijzen van homoseksualiteit als zonde niet wil zeggen dat we als christenen homo’s als mens afwijzen. Integendeel! We kunnen als christenen veel van homo’s leren. Bovendien moet de kerk een veilige plek zijn waar iedereen met zijn eigen zwakheden en worstelingen welkom is, zodat we elkaar kunnen helpen in de strijd en samen vooruitkomen op weg naar het eeuwige geluk.

Maar ik besef dat dit allemaal zo gevoelig ligt, dat het vrijwel onmogelijk is om zo duidelijk en tegelijk genuanceerd te schrijven dat iedereen snapt en accepteert wat ik wil zeggen. Maar hoe dan ook: nee, ik ben geen geradicaliseerde homo-hater.

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in