God is almachtig, zegt de bijbel. Dat wil zeggen dat Hij alles kan. Voor Hem is niets onmogelijk. Niets? Kan God echt alles?

‘Nee,’ zegt een atheïst, ‘dat is logisch onmogelijk. Kijk maar.’ En dan komt hij met een bekende vraag die vaak gesteld wordt om aan te tonen dat almacht in strijd is met de logica: ‘Kan God een steen maken die zo zwaar is dat Hij die zelf niet kan tillen?’ Als je die vraag met ja beantwoordt, is God niet almachtig. Hij kan immers die steen niet tillen. Als je de vraag met nee beantwoordt, is God ook niet almachtig. Hij kan die steen immers niet maken. Dat lijkt zo klaar als een klontje. Zeggen atheïsten.

Maar het klopt niet. Het woord ‘kunnen’ wordt in deze vraag namelijk op twee verschillende manieren gebruikt. In de zin van ‘in staat zijn tot iets’ (is God in staat tot het tillen van zo’n steen?) en in de zin van ‘logisch gezien mogelijk zijn’ (is het logisch gezien mogelijk dat God zo’n steen kan maken?). Die eerste vraag is inderdaad een vraag naar Gods almacht: is God almachtig? De tweede vraag is dat niet. Dat is een vraag naar de definitie van almacht: wat is almacht eigenlijk?

Ik kan dit gemakkelijk laten zien aan de hand van deze redenering:

  • Als God almachtig is, kan elke steen, van elk gewicht door Hem gemaakt worden.
  • Als God almachtig is, kan elke steen, van elk gewicht door Hem getild worden.
  • Als God almachtig is, is het logisch gezien onmogelijk dat er een steen bestaat die wel voldoet aan het eerste kenmerk, maar niet aan het tweede. Er kan dus geen steen bestaan die God wel kan maken, maar niet kan tillen (of andersom).

Dat God geen steen kan maken die Hij zelf niet kan tillen, is dus geen beperking van zijn macht en dus ook geen streep door zijn almacht. Het impliceert alleen maar dat zijn almacht niet inhoudt dat Hij zo’n steen zou moeten kunnen maken.

Kunnen doen wat logisch mogelijk is

‘Oké,’ zegt nu de atheïst, ‘dan nemen we een ander voorbeeld. Kan God zelfmoord plegen?’ Nee, zeg ik dan, want God is eeuwig. Hij kan niet sterven. ‘Zie je wel,’ zegt de atheïst, ‘God is niet almachtig.’

Maar opnieuw klopt dat niet. Wat is almacht eigenlijk? De atheïst zal zeggen: ‘Almacht is dat je alles kunt wat logisch gezien mogelijk is.’ Prima, zeg ik, dat lijkt me een uitstekende definitie. We hebben al gezien dat het logisch onmogelijk is dat God een steen kan maken die Hij zelf niet kan tillen. En zo is het logisch gezien ook onmogelijk dat God kan sterven of zelfmoord plegen.

‘Ho, wacht even!’ zegt de atheïst. ‘Nu voeg je een element aan de definitie toe! Nu zeg je: almacht is dat je alles kunt doen wat niet alleen logisch mogelijk is, maar wat bovendien niet in strijd is met je natuur. Want je zegt dat God geen zelfmoord kan plegen omdat Hij van nature onsterfelijk is. Maar als je zo redeneert, ben ik ook almachtig. Want ik kan ook alles doen wat niet in strijd is met mijn natuur.’

Opnieuw lijkt dat een heel plausibele redenering. Maar ook deze klopt niet. De vraag waar het allemaal om draait, is: wat is ‘alles kunnen doen wat logisch mogelijk is’? Welke dingen zijn logisch mogelijk?

Een atheïst zal gemakkelijk in de verleiding komen om te zeggen: logisch mogelijk is alles wat niet in strijd is met de natuurwetten. Maar dan heb je het begrip almacht bij voorbaat tenietgedaan. Want Gods almacht houdt nu juist in dat Hij niet aan de natuurwetten gebonden is.

‘Dat geef ik toe,’ zegt de atheïst. Maar wat is dan logisch mogelijk? De atheïst komt met voorbeelden als: het is mogelijk om iets te maken wat jezelf niet kunt tillen (mensen kunnen dat immers). En het is mogelijk om zelfmoord te plegen (mensen kunnen dat immers). Maar ook dan haal je God bij voorbaat naar beneden, naar het niveau van een schepsel. Beide voorbeelden gaan namelijk uit van een beperking. Iets maken wat jezelf niet kunt tillen, impliceert een beperking in wat je kunt. En zelfmoord kunnen plegen, impliceert sterfelijkheid en dus een beperking in je bestaan.

Maar God is heel iemand anders dan wij. Voor Hem zijn er geen beperkingen. Dat is nu juist de essentie van almacht. Dus zelfs al erken je dat God niet gebonden is aan de natuurwetten, als je van dit soort voorbeelden uitgaat, heb je almacht toch bij voorbaat voor onmogelijk verklaard. En dan kom je terecht in een cirkelredenering die niets meer bewijst. Als je wilt beredeneren of almacht logisch is of niet, zul je er dus op z’n minst rekening mee moeten houden dat God zich heel anders tot de werkelijkheid verhoudt dan wij mensen dat doen.

Wie is God?

‘Mij best,’ zegt de atheïst, ‘laten we dan eerst maar eens een consistente definitie opstellen van het begrip ‘God’. Wat is God eigenlijk?’ Probleem is alleen dat de atheïst geen enkele definitie wil erkennen die recht doet aan wie God is. God is geen filosofisch begrip dat we zelf kunnen definiëren zoals het ons het beste lijkt. God is een persoon. Daarom moeten we eigenlijk een andere vraag stellen. Niet: wat is God? Maar: wie is God?

Daarvoor moeten we naar de Bijbel. De Bijbel openbaart ons wie God is. God is eeuwig, almachtig, alwetend, alomtegenwoordig. En God is rechtvaardig, goed, liefdevol. God is de schepper. Hij is het begin van alle dingen en zonder Hem bestaat er niets wat bestaat. Hij is daarom ook de norm voor alle dingen. Alles is aan Hem ondergeschikt. En daarmee is het pertinent onmogelijk om God te onderwerpen aan bijvoorbeeld onze logica. Hij gaat daar per definitie bovenuit.

Het gevolg daarvan is dat het logischerwijs onmogelijk is om te bewijzen dat God bestaat. Zodra je een logisch gezien sluitend bewijs zou hebben voor Gods bestaan, zou het niet meer over God gaan. We kunnen alleen maar logisch aannemelijk maken dat Hij bestaat. We kunnen alleen maar bewijzen dat zijn bestaan niet in strijd is met de logica.

Maar daar is de atheïst niet mee tevreden. Hij wil meer. Het bestaan van God moet logisch sluitend bewezen worden. Kan dat niet, dan bestaat Hij niet. Daarom ziet de atheïst overal paradoxen als wij christenen beschrijven wie God is. Maar die paradoxen zijn geen paradoxen meer zodra je aanvaardt dat God boven onze logica uitgaat. Het zou juist paradoxaal zijn als zulke zogenaamde paradoxen er niet waren. Dan zouden we het namelijk niet meer over God hebben, maar over een schepsel.

Logisch mogelijk en Gods natuur

Omdat God de schepper is, staat ‘kunnen doen wat logisch mogelijk is’ voor hem gelijk aan ‘kunnen doen wat niet in strijd is met zijn natuur’. Dat zijn geen twee verschillende dingen. Nee, met beide dingen zeg je precies hetzelfde. Want alles wat in strijd is met Gods natuur, is logisch onmogelijk. En alles wat niet in strijd is met Gods natuur, is logisch mogelijk. Omdat God de schepper is, is Hij de bron en norm voor alles wat er bestaat. En daarom kan er niets bestaan tegen zijn natuur en kan alles wat niet tegen zijn natuur is wel bestaan.

Maar voor schepselen geldt dat niet. Er kan van alles bestaan wat in strijd is met de natuur van een schepsel. Dat is eigen aan het schepsel zijn: dat er nog een werkelijkheid is die boven het schepsel zijn uitgaat en die los van hem bestaat: de werkelijkheid van de schepper. Die schepper is van een totaal andere orde dan het schepsel. Als je alles wat geldt voor schepselen ook wilt toepassen op God of andersom, ben je dus appels met peren aan het vergelijken.

Als je een vergelijking wilt maken tussen God en mens op het punt van zelfmoord kunnen plegen, moet je niet vragen of God en wijzelf beiden zelfmoord kunnen plegen. Want dan stel je God en mens op één lijn en dat kan niet. Je kunt beter andere vragen stellen: kunnen wij onszelf doden? En: kan God ons doden? Twee keer ja, want ik ben sterfelijk. Kan God zichzelf doden? Kunnen wij God doden? Twee keer nee, want God is onsterfelijk. Zo doe je recht aan het feit dat God de norm is voor alles wat bestaat. Dat God geen zelfmoord kan plegen, zegt dus niets over zijn almacht, maar over zijn natuur en daarmee over de werkelijkheid zelf, over wat wel en niet logisch kan bestaan.

Gods natuur en de menselijke natuur

En het is onzin om te stellen dat een mens ook almachtig zou zijn, omdat hij alles kan wat niet in strijd is met zijn menselijke natuur. Opnieuw een simpel rijtje argumenten om dat duidelijk te maken:

  • Kan een mens alles doen wat niet in strijd is met zijn menselijke natuur? Nee! Ieder mens kan dingen niet die een ander mens wel kan.
  • Kan een mens dingen doen die wel in strijd zijn met zijn menselijke natuur? Nee! Een mens kan bijvoorbeeld geen dode mensen weer levend maken.
  • Kan God dingen doen die wel in strijd zijn met de menselijke natuur? Ja. Hij kan bijvoorbeeld wel dode mensen levend maken.
  • Kan God alles doen wat niet in strijd is met de menselijke natuur? Ja.
  • Kan God alles doen wat niet in strijd is met zijn eigen goddelijke natuur? Ja.
  • Kan een mens alles doen wat niet in strijd is met de goddelijke natuur? Nee. Hij kan bijvoorbeeld geen dode mensen levend maken.

Hier zie je dus dat de macht van mensen beperkt is en die van God niet.

In de eerste plaats is het al niet waar dat een mens alles kan wat niet in strijd is met zijn eigen menselijke natuur. Maar zelfs al zou het waar zijn, dan nog is het niet genoeg om almachtig te zijn. Om almachtig te zijn, moet een mens meer kunnen dan dat. Hij moet alles kunnen wat niet in strijd is met Gods natuur. Pas dan kan hij alles wat logisch gezien mogelijk is.

Maar God hoeft niet meer te kunnen dan wat niet in strijd met zijn eigen natuur, omdat er per definitie niet meer mogelijk is dan wat niet in strijd is met Gods natuur. Want alles wat mogelijk is, is mogelijk dankzij God. Dat is eigen aan het God zijn.

Kortom, almacht is niet dat je alles kunt wat niet in strijd is met je eigen natuur. Het is dat je alles kunt wat niet in strijd is met Gods natuur. En zo is het volstrekt logisch dat God almachtig is, terwijl Hij toch een aantal dingen niet kan. Hij kan niet sterven. Hij kan niet liegen. Hij kan zichzelf niet verloochenen. Hij kan geen dingen doen die Hij niet in de hand kan houden. Dat is eigen aan zijn almacht.

Een paradox? Alleen als je God niet wilt erkennen als de maat van alle dingen.

4 REACTIES

  1. quote:”Probleem is alleen dat de atheïst geen enkele definitie wil erkennen die recht doet aan wie God is.”.
    Nee, het probleem id dat er 7 miljard definities zijn van god. Elke twee mensen die niet 100% hetzelfde denken, hebben per definitie een ander idee van wat god is. Alleen in het christendom zijn er 35000 denominaties. En elk lid van die denominaties ziet god anders. Voor god, zals hij bestond, zou het een vingerknip zijn om iedereen te laten weten wie of wat zij was.

    • God heeft laten weten die Hij is. Lees de Bijbel.

      Dat erken je niet? Oké, dat snap ik. Maar dat is wel het punt waar het om gaat. Het probleem is niet dat God zich niet openbaart, maar dat mensen zijn openbaring negeren, afwijzen of naar eigen believen interpreteren. En het verschil tussen atheïsten en christenen is dat atheïsten bij de mens beginnen en christenen bij Gods openbaring. Begin je bij de mens, dan kom je met 7 miljard definities. Maar ik als christen zie maar één definitie die relevant is: de Bijbel.

    • Een vierkante cirkel is een innerlijke tegenstrijdigheid en dus logisch onmogelijk. Dus is dit een onzinnig voorbeeld. Het zegt niets over Gods macht over de natuurwetten en dus ook niets over eventuele beperkingen van Gods almacht.

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in