De 10 populairste paragrafen van de Institutie

2019 was voor mij het jaar van de Institutie van Calvijn. Welke paragrafen uit de Institutie werden op mijn website het meest gelezen? Een ranglijst met veel actuele onderwerpen, zo blijkt.

0
297

De jaarwisseling is traditiegetrouw de tijd van de ranglijstjes met meest gelezen blogs uit of in het afgelopen jaar. Maar 2019 was voor mij niet echt een blogjaar. Het was meer het jaar van de Institutie van Calvijn. In maart verschenen er een gedrukte versie en een e-bookversie van mijn vertaling daarvan en het hele jaar door heb ik bestellingen kunnen verwerken. Dat verliep allemaal ver boven verwachting. Ik had gerekend op enkele tientallen, maar de oplage loopt inmiddels in de honderden. Ik ben een dankbaar mens.

Ondertussen staat mijn vertaling ook nog steeds integraal op deze website. En dus leek het me wel eens leuk om voor dit jaar nu eens te kijken welke paragrafen het meest gelezen worden. Daarbij heb ik wel één filter toegepast. Eigenlijk staan in de top 10 ook alle paragrafen van de eerste drie hoofdstukken. Maar die staan daar niet omdat ze zo populair zijn, maar omdat er nogal wat mensen geweest zijn die gewoon bij het begin begonnen zijn met lezen. De meesten hebben dat niet afgemaakt. Althans, niet op de website. Sommigen van hen hebben al snel alsnog een gedrukte versie of een e-bookeversie besteld om daarin verder te lezen.

Wil jij ook de hele Institutie gaan lezen? Nu is het juiste moment. Je vindt op deze site namelijk ook een gratis leesrooster om in één jaar de hele Institutie te lezen. Weliswaar is officieel week 1 van dit jaar na vandaag al weer voorbij. Maar het rooster telt maar 50 weken, terwijl dit jaar er 53 heeft. Aanstaande maandag is daarom een heel geschikt moment om met het rooster te beginnen. Maar eigenlijk kan dat elke maandag, hele jaar door.

Dan nu de ranglijst. Een lijst met veel actuele onderwerpen…


Op plaats 10 meteen een paragraaf waarvan de populariteit alles te maken heeft met de huidige kerkelijke situatie. Calvijn zegt in zijn Institutie weinig tot niets over de vraag of vrouwen een kerkelijk ambt mogen vervullen. Voor hem is het antwoord op die vraag zo vanzelfsprekend dat hij het niet nodig vond die te beantwoorden. Maar de vraag of vrouwen mochten dopen, stelde hij wel. Dat had te maken met de roomse gewoonte van de nooddoop. Als een pasgeboren kind dreigde te overlijden voor het door een priester gedoopt was, mocht het desnoods door een leek gedoopt worden, zelfs door een vrouw. Maar Calvijn wees dat af. Want, zei hij, de doop is niet onmisbaar om gered te kunnen worden. Dus een nooddoop door leken is niet nodig.


Op plaats 9 opnieuw een paragraaf die alles te maken heeft met de huidige kerkelijke situatie. De discussies over onder meer de vrouw in het ambt stellen velen voor de vraag of je daar de kerk om mag of zelfs moet verlaten. De vraag is dan: wanneer is een kerk ware, echte kerk? Welke criteria gelden daarvoor? Ik denk dat deze paragraaf in het afgelopen jaar veel gelezen is door (ex-)GKV’ers die een antwoord wilden op de vraag of je de GKV (al) mag verlaten of dat je (nog) moet blijven.


Op plaats 8 de eerste paragraaf van Boek 3 over het delen in de genade van Christus. In deze paragraaf legt Calvijn uit dat het het werk van de Heilige Geest is dat we deel krijgen aan die genade. De Geest verbindt ons aan Christus. Calvijn en alle gereformeerden krijgen vaak het verwijt dat ze te weinig aandacht hebben voor de Heilige Geest. Maar dat is niet terecht. Wat Calvijn betreft: heel Boek 3 van de Institutie gaat eigenlijk over het werk van de Geest en dat boek is bijna net zo dik als Boek 1 (over God als schepper) en 2 (over Christus) samen!


Dat de uitverkiezing in deze top 10 thuishoort, is natuurlijk logisch. Maar dat het op plaats 7 dan juist deze paragraaf is, verbaast mij toch een beetje. Geen paragraaf over de vele dringende vragen die mensen erbij stellen. Niet: hoe weet je of je uitverkoren bent? Niet: is God wel eerlijk als Hij mensen verloren laat gaan? Toch spelen die vragen in deze paragraaf op de achtergrond wel mee. Waarom? Omdat de antwoorden op die vragen altijd moeten beginnen bij deze basis: God kiest uit in Christus. Alleen wie dat beseft, zal ook een bevredigend antwoord kunnen vinden op al die prangende vragen.


Op plaats 6 opnieuw een paragraaf die populair is dankzij huidige discussies. Dit keer gaat het om het evolutiedebat. Theologen die beweren dat de Bijbel in overeenstemming moet en kan gebracht worden met de evolutietheorie, komen vaak met het argument dat we God niet alleen kennen uit zijn Woord, maar ook uit zijn schepping. En omdat God zichzelf niet kan tegenspreken, kan wat we over Hem ontdekken in de schepping niet in tegenspraak zijn met zijn Woord. En daarbij beroepen ze zich dan op Calvijn. Maar dat is niet terecht. De kennis die we van God hebben uit de schepping is volgens Calvijn hooguit genoeg om ons geen excuus te laten: we kunnen weten dat God bestaat en dat we Hem moeten eren. En dus staan we allemaal schuldig voor God omdat we dat niet doen. Maar wie Hij is, wat Hij van ons wil en hoe Hij ons wil redden, kunnen we alleen weten uit het Woord. Het Woord is voor ons een veel betere informatiebron dan de schepping.


Op plaats 5 de eerste paragraaf van een lang hoofdstuk over wat geloof eigenlijk is. Omdat de Reformatie leerde dat we alleen gered worden door geloof, is dit natuurlijk een cruciaal hoofdstuk. En veel christenen worstelen ook met de vraag: wat is een echt geloof? Hoort geloofszekerheid bij het geloof? Is je geloof alleen echt als je zeker weet dat je gered bent? Calvijn beantwoordt die vraag bevestigend: zekerheid hoort bij het geloof. Natuurlijk is geloof altijd vermengd met ongeloof en is er dus altijd ook twijfel. Maar het bestaat niet dat je gelooft en nooit enige geloofszekerheid ervaart. Alleen, die zekerheid zul je nooit vinden in jezelf. Die zekerheid vind je alleen als je je geloof richt op Christus.


Op plaats 4 opnieuw de eerste paragraaf van een cruciaal hoofdstuk. Veel christenen maken een sterk onderscheid tussen het Oude en het Nieuwe Testament. Maar gereformeerden doen dat niet. Oude en Nieuwe Testament horen bij elkaar. Ze vormen samen het Woord van de ene God die niet verandert. Beide Testamenten brengen hetzelfde evangelie, dezelfde beloften. Gods beloften in het Oude Testament zijn dezelfde als in het Nieuwe Testament. Christus is de vervulling van al die beloften. En ze gelden niet alleen voor de Joden, maar voor alle christenen. Alle gelovigen zijn kinderen van Abraham en erfgenamen van de verbondsbelofte. Dat heeft consequenties, bijvoorbeeld voor de doop. Dat is een verbondsdoop die ook bedoeld is voor de kinderen.


Dan de top 3. Op plaats 3 een paragraaf met een algemeen principe dat ook niet-christenen kan aanspreken: het verschil tussen aanstoot geven en aanstoot nemen. In een maatschappij met grote tegenstellingen, waar allerlei mensen voortdurend elkaar kwetsen of zich gekwetst voelen kan het toepassen van dit principe veel onenigheid voorkomen. En dat geldt ook in de kerk. Toch ben ik bang dat de populariteit van deze paragraaf ook te maken heeft met een verlangen om in de kerk principiële verschillen naast elkaar te laten bestaan die elkaar in Christus’ kerk niet mogen verdragen. Maar ook dan geldt dit principe: als mensen er aanstoot aannemen dat we het alleenrecht opeisen voor de Bijbelse waarheid, dan zij dat maar zo! Dat is dan niet onze, maar hun verantwoordelijkheid.


Op plaats 2 opnieuw een heel actueel onderwerp. In diverse kerken die zich gereformeerd noemen, worden tegenwoordig kinderen aan het avondmaal toegelaten. De kerkorde van de GKV wordt er zelfs op aangepast, is het voorstel. Een van de argumenten is dan: als kinderen gedoopt worden, waarom mogen ze dan niet aan het avondmaal? Calvijn behandelt deze vraag in het hoofdstuk van de kinderdoop. Zijn vertrekpunt is precies andersom. Hij heeft te maken met mensen die zeggen: als kinderen niet aan het avondmaal mogen, waarom mogen ze dan wel gedoopt worden? Zijn antwoord is dat er een principieel verschil is tussen doop en avondmaal. De doop markeert te toegang tot de gemeenschap van de kerk. De kinderen horen daarbij. Er wordt geen onderscheid gemaakt. Maar voor het avondmaal moeten de gelovigen in staat zijn te begrijpen waar het om gaat. Ze moeten Christus’ lichaam onderscheiden. Kleine kinderen kunnen dat niet. Overigens moeten we daarbij wel beseffen dat Calvijn kinderen veel jonger catechisatie gaf en belijdenis liet doen dan wij gewend zijn. Hoog tijd om dat te veranderen? Wat mij betreft wel.


Dan de ‘winnaar’: een paragraaf uit het hoofdstuk over de ‘ambten’ in de kerk. Ook dat is een actueel onderwerp. In de discussie over de vrouw in het ambt komt steeds weer de vraag op: wat is een ambt eigenlijk? Hoe bijbels zijn onze gereformeerde ambten? Velen zeggen dan: het woord ‘ambt’ komt helemaal niet in de Bijbel voor. Of: onze ambten zijn een uitvinding van Calvijn. Maar Calvijn laat in dit hoofdstuk zien dat de ambten zoals wij die nu, dank zij hem, kennen wel degelijk een sterke bijbelse basis hebben. Onze ambtsdragers hebben een taak die ze van God zelf hebben gekregen en hebben gezag dat rechtstreeks van God komt.

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in